Venezolanen aan de rand van Nederland

Aan de rand van ons eigen koninkrijk worden mensenrechten geschonden. De Nederlandse regering kijkt weg.
Venezolanen verkopen fruit op de markt van Willemstad, hoofdstad van Curaçao. Foto: ANP
Venezolanen verkopen fruit op de markt van Willemstad, hoofdstad van Curaçao. Foto: ANP
De Venezolaanse crisis en haar gevolgen voor de regio lijken voor veel Nederlanders en de media op grote afstand plaats te vinden. Toch is Venezuela ons grootste buurland, gelegen net ten zuiden van de Benedenwindse eilanden Aruba, Bonaire en Curaçao, oftewel de ABC-eilanden. En deze eilanden behoren tot het Nederlands Koninkrijk.

Op de ABC-eilanden leven inmiddels zo’n 40.000 Venezolanen in schrijnende omstandigheden, die de ellendige sociaaleconomische en politieke toestanden in hun thuisland zijn ontvlucht. Een aaneenschakeling van humanitaire problemen speelt zich af binnen ons Koninkrijk, maar de aandacht die deze situatie verdient, blijft uit. 

In de integrale migratieagenda van het Nederlandse kabinet is een van de prioriteiten voldoende ‘opvang in de regio’. Gewoonlijk worden hiermee landen als Libanon of Oeganda bedoeld, ver weg van onze directe omgeving.  In het geval van de ABC-eilanden gaat het om opvang in onze eígen regio. En dat brengt verantwoordelijkheden met zich mee. In 2010 kreeg Bonaire de status ‘bijzondere gemeente’, en sindsdien vormt het eiland samen met Sint-Eustatius en Saba ‘Caribisch Nederland’. Aruba, Curaçao en Sint-Maarten werden toen (grotendeels) autonome landen, verbonden met Nederland door een overeenkomst met de naam ‘Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden’. 

In artikel 36 van dit Statuut is vastgelegd dat in geval van grote uitdagingen de landen elkaar onderling hulp en bijstand verlenen. Toch blijken juist deze staatkundige verhoudingen binnen het Koninkrijk de verdeling van verantwoordelijkheden voor het bieden van humanitaire hulp aan Venezolanen te compliceren, en de gevolgen voor hen zijn groot. 

Venezolanen op de ABC-eilanden 

In het voorjaar van 2019 bezocht ik Curaçao en Bonaire om met vluchtelingen, overheden en hulpverleners te spreken. Bijvoorbeeld over hoe het leven van veel Venezolanen op de ABC-eilanden eruit ziet en wat deze alledaagse realiteit met hen doet. Een Venezolaanse op Curaçao vertelde: ,,Het leven is lastig hier, zo ver van huis. Leven is een stap voorwaarts, en twee terug”. Want de omstandigheden waarin Venezolanen verkeren zijn kritiek: zij zijn doorgaans on-gedocumenteerd, mogen officieel niet werken, hebben slechte toegang tot gezondheidszorg en educatie en wonen vaak in armoede of zelfs in detentie. Hoewel bleek dat veel Venezolanen voor huisvesting terecht kunnen bij familie en vrienden, hebben zij vaak erg weinig ruimte en verblijven ze met velen op matrassen op de grond. Voor anderen zijn huisjesmelkers de enige optie.

,,Van alle problemen is vooral de angst het grootst”, sprak een van de Venezolanen op Bonaire uit. Veel Venezolanen leven namelijk in constante angst om opgepakt en zonder kans op een adequate procedure uitgezet te worden, vaak naar een buurland. De kosten voor een uitzetting zijn overigens voor henzelf. Kunnen zij dit niet betalen, dan wacht hen maandenlange detentie. Zo heeft de politie in het verleden doelbewust gepatrouilleerd bij scholen, om Venezolaanse moeders samen met hun kinderen te kunnen volgen en detineren. 

In de gevangenis zijn de omstandigheden slecht, zoals op Curaçao vorig jaar is beschreven door Amnesty International. Het aanvragen van asiel is extra moeilijk op Curaçao, omdat het land het Internationale Vluchtelingenverdrag niet heeft ondertekend. Wel vereist ook het Europese mensenrechtenverdrag (EVRM) dat vluchtelingen worden beschermd, en niet worden teruggestuurd. Mensenrechtenschendingen komen hier dus veelvuldig voor. “Mijn toekomst is heel onzeker, totdat ik een status als vluchteling heb”, aldus een van de Venezolanen op Curaçao. Ook op de andere twee eilanden weten Venezolanen vaak niet waar zij terecht kunnen voor een aanvraag tot asiel en zijn zij bang voor een afwijzing.

Bovendien zijn Venezolanen op de routes naar de eilanden niet veilig. Voor hen die per boot naar Aruba en Curaçao komen, bestaat het gevaar dat hun boot omslaat, of dat ze direct bij aankomst als criminelen opgepakt en gedetineerd worden. Daarnaast is sprake van mishandelingen door de politie en van mensenhandel tussen Venezuela en de eilanden. Bonaire ligt verder van de kust van Venezuela vandaan en wordt door Venezolanen bereikt per vliegtuig op een tijdelijk toeristen- of werkvisum. Zodra zo’n visum verloopt, verdwijnen veel Venezolanen onder de radar. Op een bevolking van ruim 100.000 mensen, verblijven op Aruba volgens de VN 16.000 Venezolanen. Op Curaçao is dit ook ongeveer 16.000 tegenover 160.000 inwoners, en voor Bonaire 1.000 Venezolanen op zo’n 20.000 Bonairianen. Met zulke grote aandelen Venezolanen op de eilanden had er georganiseerde humanitaire hulpverlening moeten zijn, zoals voedsel en onderdak, georganiseerd door overheden ter plaatse. Die hulp ontbreekt echter. 

Maatschappelijke initiatieven en de rol van de overheid

Verschillende maatschappelijke organisaties – zoals Human Rights Caribbean en het Rode Kruis – hebben daarom besloten zelf hulp te verlenen. Ook Cordaid is betrokken bij de sociaaleconomische hulp aan Venezolanen op Curaçao en Bonaire via lokale zusterorganisatie Caritas Willemstad. Daarnaast kan een kleine groep Venezolanen op Curaçao sinds enkele maanden gratis op medisch basisconsult (inclusief gynaecologie voor zwangere vrouwen) bij de Nederlandse arts Elisa Janszen in haar kliniek Salú pa Tur, maar voor specialistische doorverwijzingen is geen geld. Op de andere eilanden ontbreekt een soortgelijke mogelijkheid voor een gratis basisconsult helemaal. Sommige zwangere vrouwen zien daar pas voor het eerst een dokter bij de bevalling. De bisschop van Willemstad en protestantse hulporganisaties proberen via de Raad van Kerken collectes te houden, zodat meer geld beschikbaar komt voor directe hulpverlening. Ook de UNHCR, de VN-vluchtelingenorganisatie, steunt lokale initiatieven en coördineert de hulpverlening. 

De humanitaire problemen vragen om meer structurele oplossingen vanuit de overheid. Op de ABC-eilanden is dringend behoefte aan directe en substantiële humanitaire hulpverlening, inclusief opvangcentra, het opzetten en uitvoeren van een zichtbaar en transparant asielbeleid ter bescherming van vluchtelingen, en het beschikbaar stellen van tijdelijke werkvergunningen. Werkgevers zijn nu huiverig om iemand lang in dienst te nemen. ,,We worden soms uitgebuit als slaven, werken een hele maand en krijgen vervolgens niks”, aldus een van de Venezolanen op Bonaire.

Een vergunning kan de situatie van Venezolanen op de eilanden dus al aanzienlijk verbeteren. Zij hoeven dan niet langer illegaal te werken, wat de kans op uitbuiting – zoals in de prostitutie of de bouwsector – verkleint en krijgen veel gemakkelijker toegang tot medische zorg. Hier dringen Cordaid en Caritas Willemstad dan ook op aan bij de Nederlandse regering. Die stelt op haar beurt dat het om ‘landsaangelegenheden’ gaat. Dat wil zeggen dat de primaire verantwoordelijkheid voor het opzetten van asiel- en beschermingsprocedures, het verstrekken van werkvergunningen en het opstellen van een humanitair beleidsplan volgens Nederland bij Aruba en Curaçao ligt. De eilanden hebben echter weinig budget, vanwege hun kwetsbare economieën en strenge begrotingsregels waaraan zij gebonden zijn. Daarnaast hebben ze beperkte expertise en kennis rond asielvragen, en geringe beleidscapaciteit voor een adequate (humanitaire) respons.

Wel heeft de Nederlandse regering in haar Voorjaarsnota - reagerend op hulpverzoeken van Aruba en Curaçao - een eenmalig budget van 23,8 miljoen euro gereserveerd voor bijstand aan de eilanden. Want vanwege de autonome status van de eilanden, moeten zij zelf een concreet en uitgewerkt hulpverzoek indienen, alvorens de Nederlandse regering ondersteuning biedt. De besteding van dit geldbedrag is echter voornamelijk bedoeld voor verbeteringen van detentiecapaciteiten en het versterken van de kustwacht. En niet voor humanitaire doeleinden. Van het vrijgemaakte budget zien de Venezolanen zelf en het maatschappelijk middenveld dat hen hulpverlening en juridische bijstand probeert te bieden, dan ook weinig of niets terug. 

Toekomstperspectief 

Het is daarom belangrijk dat de Nederlandse regering gevraagd wordt om iets te doen aan de urgente behoeften van Venezolanen binnen ons Koninkrijk. Zeker met het oog op de steeds verslechterende situatie in Venezuela, is het van groot belang dat Den Haag mede verantwoordelijkheid neemt voor wat in onze regio gaande is, en dat hierbij wordt erkend dat de situatie van Venezolanen op de eilanden niet slechts tijdelijk is. Integendeel. De Venezolaanse crisis is eerder structureel van aard, waardoor Venezolanen niet zomaar zullen - of kunnen - terugkeren. Eén scenario is het uitbreken van een burgeroorlog, wat de uitstroom van 4,3 miljoen Venezolanen naar verschillende landen in de regio mogelijk zal doen verdubbelen. Dit vraagt om uitzonderlijke maatregelen en steun uit alle delen van het Koninkrijk.

Dat de ABC-eilanden en de partijen die zich inspannen om Venezolanen te helpen, de situatie nu al niet aankunnen, is duidelijk. Venezolanen worden in de regio vaak ruimhartig opgevangen, maar het tegendeel lijkt het geval op de ABC-eilanden, zoals blijkt uit de woorden van een Venezolaan op Curaçao: “Het is onbegrijpelijk dat mensen hier ongelijk zijn, eerste- en tweederangs burgers”. En dat zou je in 2019 niet verwachten binnen ons Koninkrijk.

Bob van Dillen is migratiedeskundige en programmamanager bij Cordaid.

Het Goede Leven Word abonnee van Het Goede Leven

  • Onbeperkt toegang
  • Gratis deelname 1 evenement
  • Wekelijkse nieuwsbrief