Over water lopen

Twijfelen en toch naar de kerk gaan, dat kan prima samengaan. In die traditie kun je wortelen.
In grachten zie ik rondvaartboten door het water snijden, de gedachte daarop te lopen is absurd. Foto Pexels
In grachten zie ik rondvaartboten door het water snijden, de gedachte daarop te lopen is absurd. Foto Pexels
Als ik op zondag in Amsterdam ben, fiets ik graag over het Museumplein, onder het Rijks, langs de Spiegelgracht naar het Singel, naar de doopsgezinde schuilkerk. Achter een grachtenpand bereik ik dan een grote, sober ingerichte kerkzaal. Door hoge ramen valt ruim licht naar binnen, een fraai ingebouwd orgel onthaalt me op klanken die me uit mijn vroege jeugd vertrouwd klinken. 

De zaal vult zich stilaan met bekende en onbekende mensen, dan begint de dienst in een eenvoudige liturgische vorm. Ik doe mee, ik luister, ik zing, ik zeg het onzevader mee op, ik laat me meenemen in de beelden van een ingetogen preek, ik overdenk de week, ik voel me op mijn plaats en ik twijfel.

Twijfel

Natuurlijk twijfel ik, en ik ben niet de enige. Steeds minder mensen geloven, de deelname aan kerkelijke activiteiten loopt sterk terug, in het maatschappelijk debat speelt de kerk vrijwel geen rol meer en theologen hoor je bijna niet meer. 

De teksten uit de bijbel bevatten vaak achterhaalde verklaringen voor natuurverschijnselen, onwaarschijnlijke wonderverhalen, merkwaardige opsommingen van afstammingslijnen en ook wrede oorlogsverhalen met ‘foute’ inzet. Natuurlijk weten theologen die verhalen van context te voorzien, en via associaties en narratieve interpretaties zodanig te kantelen of om te keren dat er iets zinvols uit valt af te leiden, maar ik twijfel.

Als in de bijbel gesproken wordt over Jezus, die over water loopt, dan kan ik dat alleen als metafoor opvatten. Op mijn fietstocht op de heenreis langs de grachten zie ik rondvaartboten door het water snijden en de gedachte daarop te lopen is absurd. 

Tegelijkertijd is de waarde en het belang van mijn (manier van) geloven zo groot en zo fundamenteel in mijn verlangen verankerd, dat ik er graag continuïteit aan wil geven. De wortels van het christelijk geloof liggen in een ver verleden, zijn gestold in de boeken van het oude en nieuwe testament, en in de kerktradities van generatie op generatie doorgegeven, aangepast en qua vorm vernieuwd. 

Is het mogelijk een vorm van geworteldheid vast te houden, en tegelijkertijd de ongerijmdheden, de inconsistenties en de dogmatische verstarringen af te wijzen?

Ankerpunt

Het denken over God is een ankerpunt in de vaststelling van wat iemand gelooft. Het spreken over God staat in het recente christelijke discours open voor een steeds groeiend en soms ook krimpend inzicht. Postmoderne christenen hebben verschillende godsbeelden. Wellicht moeten we niet streven naar één definitie van het spreken over God. 

Er zijn vele manieren om God te verstaan, te denken, te bespreken, maar wie of wat God is laat zich niet zomaar vastleggen in woorden of beelden. Ik ervaar soms - af en toe -  iets dat het hier en nu overstijgt, iets van transcendentie: een inspiratie, een gevoel van zingeving: ‘dit doet er echt toe’. 

Dan lijkt het of je wordt aangeraakt door iets of iemand, dat je wordt opgetild boven het aardse, dat je iets herkent wat jou tot dan toe onbekend was. Deze transcendente ervaring heeft waarschijnlijk een verband met de eeuwenoude zoektocht naar zin en oorzaak, zoals die uit de mond der profeten is opgetekend. Op de vraag ‘Geloof jij in God?’ is derhalve naar mijn mening geen zinvol antwoord te geven in termen van ja of nee.

Het goddelijke is steeds verrassend aanwezig tussen ons, om ons heen of voor ons uit. Wel veronderstel ik dat ik Gods aanwezigheid kan herkennen in de mens Jezus. In de verhalen over hem zie ik iemand die een passie had voor gerechtigheid voor alle mensen, die de liefde voor de ander in het centrum van het universum plaatste. Zo is hij een ‘spiegel van God’. 

Diepere betekenis

Ik twijfel dus als ik naar de letterlijke teksten uit de bijbellezing luister, als ik een stellig lied meezing, als ik een exegeet op zijn kop zie staan om een onwaarschijnlijk wonderverhaal nog een zinvolle draai te geven. 
Maar ik doe mee als er gezocht wordt naar diepere betekenis, als er geluisterd wordt naar inspirerende verhalen, als de preek mij met eenvoudige woorden optilt uit mijn zwaarte, als er gemediteerd wordt in een stil gebed.

Als ik zeg in de christelijke traditie te staan, realiseer ik me tegelijkertijd dat geloofsbeleving en -vorm aan verandering onderhevig is. Daarom telt de eigen beleving, de eigen vorm, terwijl er toch een verbinding is met de generaties voor ons. Dit kan tot uitdrukking komen in de toetreding tot een geloofsgemeenschap op grond van een zelf geschreven belijdenis, die in volledige persoonlijke vrijheid wordt geformuleerd. En bij de doopsgezinden wordt die gecombineerd met de volwassenendoop. 

Het kan ook tot uitdrukking komen in de manier waarop er met hart, hoofd en handen praktisch invulling wordt gegeven in het dagelijkse leven. Geloven met het hart gaat over de ervaring van de spirituele verbinding van de mens met God, het hogere: het openstellen van jezelf voor wat de mens overstijgt, het transcendente, wellicht ook het mysterie. Het is verbonden met de ervaring van het centrale begrip liefde (het belangrijkste gebod), met vertrouwen, met hoop en met vrede met onszelf, de naaste en de vreemde. 

Geloven met het hoofd komt tot uitdrukking in de persoonlijke belijdenis, kritische reflectie, luisteren (bijvoorbeeld naar de preek ), verbinding zoeken met de rationele wereld waar we deel van uitmaken. Geloven met de handen is een levenshouding waaruit voortvloeit dat we in de wereld een actieve bijdrage geven aan goede doelen, aan hulp van onze medemensen, en door in woord en daad vrede te 'doen', op micro-, meso- en op macroniveau.

Prioriteiten

Op het doopsgezind seminarie, verbonden aan de Vrije Universiteit, zijn wij, docenten en curatoren,  met deze materie dagelijks aan het worstelen. Daarbij hebben we vier prioriteiten gekozen:

Verleden: studie van onze geloofswortels door de eeuwen heen, wat leren we van onze voorouders
Vrede: hoe ziet het christelijk vredesgetuigenis eruit, hoe dragen we aan vrede bij
Vrijheid: welke ontwikkelingen zien we in de vrije ontwikkeling van geloof, wat is de verbinding met de filosofie
Vakmanschap: welke competenties heeft de moderne predikant nodig in een seculiere wereld

De tijd dat seminarie of universiteit vanuit de ivoren toren waarheid en wijsheid over predikanten, gelovigen en de wereld uitstortte, ligt ver achter ons. Onze theologen staan midden in een veranderende maatschappij en zien dagelijks dat het geloofsmodel (in universitaire terminologie: het paradigma) anders is of moet. Ik mag daaraan bijdragen, vanuit mijn twijfel, en vanuit mijn diepgewortelde overtuiging dat ik in mijn vrijzinnige geloof verbonden ben met een lange traditie.

Na de kerkdienst neem ik meestal een andere route terug naar huis, langs de Leidsegracht, over het Leidseplein en door het Vondelpark. Over het water in de gracht wordt nog steeds niet gelopen, bij het Leidsebosje is in de boom een beeldje te zien van een man die de tak doorzaagt waarop hij staat, en in het park staat prominent Vondel die ooit het gedicht ‘Credo' schreef, dat als volgt eindigt: 
“Dit is ’t Apostelijk geloof, dat niemand ons hiervan beroof”
 
Kees Blokland, oud-directeur HR bij Hoogovens, Hoechst en NS, is betrokken bij het Doopsgezind Seminarie, de Code Verantwoordelijk Marktgedrag, Goede Doelen Nederland en coach, mediator en dichter.



Het Goede Leven Word abonnee van Het Goede Leven

  • Onbeperkt toegang
  • Gratis deelname 1 evenement
  • Wekelijkse nieuwsbrief