Het model beschrijft zelden de werkelijkheid

Je zou het niet zeggen, maar theologie en econometrie hebben veel met elkaar gemeen.
Volgende week aanvaard ik samen met mijn Tilburgse collega prof. dr. Lans Bovenberg een prachtige leeropdracht aan de Erasmusuniversiteit in Rotterdam. Dat doen we in een openbare les, een oratie.

De hogere legerleiding van deze mooie universiteit biedt ons de gelegenheid over de grenzen van onze disciplines te kijken, in Lans’ geval de economie en in het mijne de theologie. Dat levert prachtige vergezichten op. Ik zie het er van komen dat economen in hun dialoog met theologen steeds meer vragen gaan stellen bij het model van de homo economicus, de immer consistente rationeel denkende mens, die zijn keuzes zonder al te veel gemoedswisselingen en existentiële vragen maakt en zich hier dus ook niet door laat beïnvloeden. De Heilige Schrift is een grote relativering van dit mensbeeld. Maar theologen zullen dankzij een groeiende vertrouwdheid met de economie als wetenschapsgebied scherper gaan nadenken over de taal waarin zij God als mysterie van het leven gaan uitleggen; sluit die wel aan bij de economische mechanismen waarin mensen gevormd worden? 

Bij mijzelf hebben de werkzaamheden in Rotterdam al wel tot een grappige beroepsdeformatie geleid. Vorige week las ik in het boek Wijsheid de bekende zin: ‘Maar Gij hebt alles naar maat en getal en gewicht geordend’ (Wijsheid 11:20).  Ik moet bekennen dat ik bij lezing hiervan in eerste instantie toch echt aan de econometristen dacht in plaats van aan de Degene voor wie deze zin oorspronkelijk bestemd was.

Mijn contact met econometristen leerde mij nog meer. Ook al lijkt het tegengestelde het geval: theologie en econometrie hebben zeer veel gemeen met elkaar. Zeker: econometristen meten en weten, toetsen en verifiëren alvorens zij tot een model komen om, bijvoorbeeld, voorspellingen te doen over marktontwikkelingen of over de impact van bepaalde reclames. Theologen meten niets. Het onderzoekssubject, God, is onmeetbaar, en Zijn Zoon is verrezen. Ook in dit laatste geval is er dus niet zoveel te verifiëren. Maar econometristen en theologen gaan beiden wel uit van een ‘model’, dat niet met de complexe en soms tragische werkelijkheid van mensen overeenstemt. Zo noemt Petrus in zijn eerste brief Christus een model (upogrammon), dat wij dienen na te volgen (1 Petrus 2:21).

De verzuchting dat de werkelijkheid niet met het model overeenstemt, kan dus van een econometrist en van een theoloog komen. In het geval van de theoloog klinkt deze misschien wat dramatischer. Want wie de evangelies over Jezus leest, vindt hierin een blauwdruk van hoe wij eigenlijk met elkaar moeten omgaan. En uit de feiten blijkt dat wij dit niet doen. Correspondeerde de werkelijkheid maar meer met het model. 

Deze column zal ik schrijven in afwisseling met mevrouw mijn echtgenote. Misschien vertelt ze u volgende maand wel hoe de oratie haar bevallen is.

Paul van Geest is hoogleraar Kerkgeschiedenis en Geschiedenis van de Theologie aan Tilburg University. Daarnaast is hij sinds 1 januari 2018 hoogleraar Theologie en Economisch denken aan de Faculteit der Wijsbegeerte van de Erasmus Universiteit Rotterdam. In die functie spreekt hij op vrijdag 1 november 2019 zijn oratie uit, samen met econoom Lans Bovenberg.

Naar aanleiding van die dubbeloratie schreef Bas van Os voor Het Goede Leven een artikel over toegevoegde waarden in de economie.

Het Goede Leven Word abonnee van Het Goede Leven

  • Onbeperkt toegang
  • Gratis deelname 1 evenement
  • Wekelijkse nieuwsbrief