Een mening verkoopt

Nu Twitter en Facebook volstaan met opgeklopte meningen, is het des te belangrijker dat in de krant opiniestukken staan van kwaliteit.
Opiniestukken vallen soms niet goed bij de lezer. Het Reformatorisch Dagblad kan ervan meepraten. Foto Wikcommons
Opiniestukken vallen soms niet goed bij de lezer. Het Reformatorisch Dagblad kan ervan meepraten. Foto Wikcommons
Aan meningen geen gebrek. Je hoeft er Twitter, Facebook of de reacties op online nieuwsberichten maar op na te slaan. Maar ook dagbladen, vanouds vooral de brengers van nieuws, zijn in de loop van de tijd meer gaan investeren in opinie. 

Toch bestaan vaste opiniepagina’s in kranten zoals we die nu kennen, nog niet zo lang. En niet elke opiniepagina kwam zonder slag of stoot tot stand. Met name de eerste redactie van het Reformatorisch Dagblad (RD)  kan hierover meepraten. 

Pamfletten

De eerste kranten in Nederland dateren uit de zeventiende eeuw. Ze waren vooral gevuld met nieuwsberichten over internationale gebeurtenissen. Opinie vond je hier niet. De opiniemakers in die tijd waren in de eerste plaats de schrijvers van pamfletten. Ook in later tijd moest je voor je portie opinie vooral te rade bij pamfletten, brochures, preken of koffiehuizen. 

Pas in het laatste kwart van de negentiende eeuw zouden kranten zich ontwikkelen tot voertuigen van meningen. Sterker nog, ze wisten mensen te mobiliseren voor politieke doeleinden.
 
In protestantse hoek was dat bijvoorbeeld de historicus en politicus Guillaume Groen van Prinsterer (1801-1876). Hij laakte de ‘beginselloosheid’ van de pers van zijn tijd en zette zich in voor eigen periodieken, zoals Nederlandsche Gedachten en De Nederlander. 
 
Groen was hiermee in staat om uit een conservatieve groep een antirevolutionair smaldeel te vormen dat later, kort na de dood van Groen, de eerste politieke partij van Nederland zou voorbrengen: de Anti-Revolutionaire Partij (1879). In twee eeuwen tijd was de functie van een krant veranderd: van nieuwsbrenger tot organisator en vertegenwoordiger van een bepaalde groepering. 

Hoofdartikel

Het standpunt van het dagblad kwam vooral tot uiting in het hoofdartikel, het commentaar, dat aanvankelijk het terrein was van de hoofdredactie. In de jaren zestig kwamen de eerste kranten met een opiniepagina, een pagina die geheel gevuld werd met opiniërende stukken. 
 
Zo werd Hans van Mierlo aangesteld als opinieredacteur bij het Algemeen Handelsblad, één van de twee voorlopers van NRC Handelsblad, in 1963. Twee jaar later kwam ook Het Parool, een toonaangevend landelijk dagblad in die tijd, met een pagina voor politieke opiniestukken. Het aantal opiniestukken in kranten nam toe. Na verloop van tijd zouden alle dagbladen een opiniepagina inrichten. 
 
Hierin wordt de toegenomen mondigheid van de burger, die in de jaren zestig van de grond kwam, gereflecteerd. De burger was beter opgeleid, eiste medezeggenschap en inspraak en kwam steeds meer op voor de eigen belangen. En kreeg een podium in de media.

Tegenreactie

Het valt op dat men bij de krant die opgericht werd als tegenreactie op de jaren zestig, het Reformatorisch Dagblad (RD), juist worstelde om die toegenomen mondigheid een plek te geven. Het RD verscheen voor het eerst in april 1971. De oprichters hadden moeite met de maatschappelijke ontwikkelingen in de jaren zestig en de manier waarop met name Trouw daarover schreef. 

Een polio-uitbraak in Elspeet (1966) was de druppel: in dit dorp woonden relatief veel mensen die niet ingeënt waren. Een aantal kreeg polio-verschijnselen. Trouw zat er bovenop en besteedde er op kritische wijze aandacht aan. Hierop kwamen vijf mannen, die elkaar kenden van de SGP, in actie. 
 
Op 1 april 1971 verscheen het eerste nummer van het RD. Het was geen dik dagblad, maar het was een begin. Een medium voor en door bevindelijk gereformeerden. Hierin vond je geen discussies over heilige huisjes, en in de commentaren klonken orthodox-gereformeerde standpunten. De krant had geen opiniepagina, maar wel ‘Opgemerkt’, een rubriek met korte lezersbrieven. 

‘Opgemerkt’

Het ging echter al gauw mis met deze ingezonden-brievenrubriek. De eerste lezersbrief in de allereerste editie van het RD ging over inenting. Begin 1971 was polio uitgebroken in Staphorst, de kwestie was gevoelig en actueel. Bovendien herinnerde deze casus aan de aanleiding tot de oprichting van het RD: de polio-uitbraak in Elspeet, vijf jaar eerder. 

In de brieven die volgden werd ferm stelling genomen tegen of voor inenting. Als reactie daarop wonden andere lezers zich op over de toon van veel ingezonden stukken. Het was hommeles. 
 
Op 17 juli nam de hoofdredactie een standpunt in: een lezersbrief verwoordde niet het standpunt van de krant. Het RD was dan ook teleurgesteld in haar lezers: ‘Tolerantie is nooit het sterkste punt geweest van de kring waaruit wij onze lezers recruteerden.’ 

Het punt was echter dat het RD het als zijn taak zag om naast het informeren over belangrijke gebeurtenissen, ook verslag te doen van de ‘stemmen vanuit de lezerskring’. Daarom was een tolerante houding en enige voorzichtigheid geboden. Het mocht niet baten. Een lezer schreef relativerend over het RD: ‘Natuurlijk zijn er onvolkomenheden, maar wij mogen van een pasgeboren baby toch niet verwachten, dat hij gelijk kan fietsen?’
 
De bestuursleden van het RD, die niet dagelijks bij de totstandkoming van de krant betrokken waren, wreven zich ondertussen de ogen uit bij het openslaan van het dagblad. Ze zaten met de lezersbrieven in hun maag en zagen, in december 1971, geen andere optie dan de rubriek te schrappen. De rubriek ‘Opgemerkt’ zou pas terugkeren in september 1984. Intussen waren bevindelijk gereformeerden gewend aan een eigen krant en had de redactie de spelregels beter op orde. 

Volwassen

De ‘baby’ die het RD in 1971 was, is uitgegroeid tot een volwassen dagblad, compleet met lezersbrieven en opiniestukken. Ondanks de stroeve start met de ingezonden brievenrubriek komen de lezers met een mening ruimschoots aan bod in het RD. 
 
Deze ontwikkeling staat niet op zichzelf: dagbladen zijn vanaf het laatste kwart van de twintigste eeuw steeds meer gaan investeringen in de achtergronden van het nieuws, de duiding en analyse. Ook een fenomeen als de column, waarin niet zelden een persoonlijk standpunt doorklinkt, is niet meer weg te denken uit de pers. Een krant werd nog minder een product dat het laatste nieuws bood, maar veel meer een kader bij het nieuws. 
 
De functie van dit medium is hiermee flink veranderd: aanvankelijk verzamelde een redactie het spaarzame nieuws; nu functioneert ze eerder als zeef. Uit de dagelijkse vloedgolf aan berichtgeving wordt een scherpe selectie gemaakt. Dit geldt ook voor de opiniestukken; want een gemiddelde redactie zit niet verlegen om inzendingen van opiniemakers in de dop. 
 
Maar het is wel zaak dat de kwaliteit van de stukken bewaakt wordt. Een sterk onderdeel van kranten, de duidingen, achtergronden en opinies bij het nieuws, kunnen ook zomaar een zwak punt worden als juist de fermste standpunten een podium krijgen. Opgeklopte meninkjes zijn er immers al genoeg; daarvoor hebben we al Twitter en Facebook. 
 
Christoph van den Belt is historicus en werkt als promovendus aan de Vrije Universiteit en als docent Journalistiek aan de Christelijke Hogeschool Ede.

Het Goede Leven Word abonnee van Het Goede Leven

  • Onbeperkt toegang
  • Gratis deelname 1 evenement
  • Wekelijkse nieuwsbrief