Islamitisch onderwijs: voor veel landen een hoofdpijndossier

Hoe voorkom je radicalisering in het islamitische onderwijs? In Marokko wordt daaraan gewerkt.
Moslims hechten veel waarde aan religieuze kennis, zo blijkt bijvoorbeeld uit een date-advertentie op Maroc.nl.

De advertentietekst was: ‘Al-salaam ‘alaykum, Kom je uit omgeving Amsterdam en ben je tussen de 27 en 35 jaar? Doe je ook niet aan relaties en heb je serieuze intenties om te gaan trouwen? Dan zou ik graag meer over je willen weten. Een broeder die islamitische kennis heeft en wil leven volgens de regels van de islam heeft voor mij de voorkeur. Ik ben een jongedame die al-ḥamdu li Allah [God zij dank] zo veel mogelijk probeert te praktiseren. Ik ben van Berberse afkomst en woon bij mijn ouders. Wil je meer weten? Stuur mij dan een privébericht’.
In de Koran lezen we: ‘En vraagt diegenen die kennis bezitten, indien gij het niet weet.’ (Koran:21:7). Maar hoe moslims zich deze religieuze kennis toe-eigenen is onderbelicht. 

Oproepen tot hervorming

Onlangs rapporteerden onderzoekers van het Verwey Jonkers Instituut en NOS/NRC Handelsblad dat er veel misgaat in het islamitisch (salafistisch) onderwijs. Vooral koranscholen moesten het ontgelden. Zowel vanuit de islamitische gemeenschap als vanuit de politiek werd geschokt gereageerd. Verbazingwekkend zijn deze onthullingen echter niet. Wie de ontwikkelingen in islamitische landen als Marokko en Egypte en zelfs die in de conservatieve Golfstaten volgt, zal merken dat op islamitisch geloof gebaseerd onderwijs, zowel formeel als informeel, een hoofdpijndossier voor die samenlevingen vormt. Regeringen in die landen geven dan ook opdracht om dubieuze koranscholen te sluiten en vorm en inhoud van islamitische onderwijs binnen of buiten reguliere instellingen te herzien en te zuiveren van teksten en interpretaties die kunnen leiden tot radicalisering (tatarruf). Zo’n dringend opdracht gaf de Marokkaanse koning nog geen drie jaar geleden aan inspecteurs van onderwijs. Ook vanuit de samenleving klinkt kritiek. Men roept op tot een hervorming van het islamitisch religieus onderwijs.

Zes suggesties voor modern islamitisch onderwijs

In Marokko zijn veel commissies opgericht en studies verricht die zich buigen over de vraag hoe dit type onderwijs te moderniseren. De acties die daar worden ondernomen en suggesties die worden gedaan, zouden het debat hierover in Nederland een stapje verder kunnen helpen. Ik noem een zestal acties/suggesties. 

1. Vermijden van religieuze teksten die de Ander (andersdenkenden, andersgelovigen, homoseksuelen, vouwen) in een negatief daglicht plaatsen, hem of haar kleineren en/of uitsluiten. Daarbij hoort ook het vermijden van het uitdragen van superioriteit van de islam in welke vorm dan ook. 
2. Vermijden van religieuze teksten die geweld verheerlijken. Men gaat er hierbij van uit dat aan zulke teksten geen positieve draai gegeven kan worden.
3. Vermijden van religieuze teksten die leiden tot wat de Marokkaanse socioloog Ababou noemt ‘het cultiveren van angst’ (angst voor God, voor de hel, voor het lijden in het graf, angst voor de boze geesten et cetera). Deze vormen van angst kunnen volgens hem later omslaan in agressie, afkeer tegen de samenleving en volgens Ababou zelfs tot afkeer tegen God zelf. 
4. Uitlichten en accentueren van religieuze teksten die universele waarden en normen uitdragen.
5. Uitlichten van religieuze teksten die verdraagzaamheid en co-existentie bijbrengen.
6. Het toetsen van beschikbaar gestelde religieuze bronnen en het hele religieuze discours dat wordt uitgedragen aan de hand van de meetlat van universele mensenrechten, goed burgerschap en de rechtstaat. 

Al deze suggesties beslaan de ideologische politieke dimensie van de islam. Daar zit de spanning. Daarbuiten, bijvorobeeld op het gebied van rituelen, leerstellingen en zingeving krijgt men alle ruimte om datgene over te dragen wat men gepast acht voor religieuze identiteitsvorming - in de kern het einddoel van islamitisch onderwijs. 

Hulp van buiten is nodig

De ervaring in islamitische landen leert dat het te veel gevraagd is van de (religieuze) organisaties, salafistisch of niet, die islamitisch onderwijs verzorgen, om alleen de nodige scherpe ideologische veren af te schudden van het lesmateriaal. Er is hulp van buiten nodig om dit te bewerkstelligen.

In Nederland zou een brede commissie ingesteld moeten worden vanuit de islamitische gemeenschap en aangevuld met experts van daarbuiten om, als eerste, alles wat in omloop is aan materiaal in het islamitische onderwijs te toetsen aan de hand van bovengenoemde criteria. De commissie verdiept zich waar en hoe het een en ander andere wordt toegepast in islamitische landen en leert daarvan. Vervolgens doet een dergelijke commissie voorstellen voor richtlijnen voor lesmateriaal of ontwikkelt zelf lesmateriaal dat wel voldoet. Aanbieders van het islamitisch religieus onderwijs (ook koranscholen) die dat willen, kunnen dan hun onderwijzers verder toerusten om met overtuiging met dit materiaal aan de slag te gaan. 

Mohamed Ajouaou is universitair hoofddocent Islamitische Theologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en de Katholieke Universiteit Leuven.   

Op 14 november 2019 houdt prof. Erik Borgman een lezing voor Het Goede Leven over de vrijheid van onderwijs. Klik hier voor meer informatie en opgave.


Het Goede Leven Word abonnee van Het Goede Leven

  • Onbeperkt toegang
  • Gratis deelname 1 evenement
  • Wekelijkse nieuwsbrief