Noord-Ierse vrede, opnieuw

De Brexit bedreigt de broze vrede in Noord-Ierland.
Protest tegen een nieuwe Ierse grens. Foto: AFP
Protest tegen een nieuwe Ierse grens. Foto: AFP
Om het Noord-Ierse conflict goed te kunnen begrijpen is een les Ierse geschiedenis onontbeerlijk. Die moet beginnen met het wegruimen van een groot misverstand: hoewel steevast wordt gerept van een strijd tussen katholieken en protestanten is geen sprake van een religieus geschil. De Noord-Ierse kwestie draait om de simpele vraag: horen de zes graafschappen in het noordoosten van het Ierse eiland bij Ierland of bij Groot-Brittannië? 

Een meerderheid van meestal protestantse Noord-Ieren wil dat hun landsdeel onderdeel blijft uitmaken van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, zoals het land formeel heet. Noem hen daarom liever unionisten of loyalisten, in plaats van protestanten. 
Tegenover hen staat een voornamelijk katholieke bevolkingsgroep die wil dat Noord-Ierland weer onderdeel gaat uitmaken van de Ierse republiek. Zij zijn dus nationalisten of republikeinen. 

Dit conflict tussen unionisten en nationalisten is al oud. De expansiedrift van de Britten ging niet aan het buureiland Ierland voorbij. Het was nota bene de Nederlandse stadhouder-koning Willem III die in 1690 zijn katholieke schoonvader James II bij de slag om de Boyne versloeg, waarmee Ierland onder Brits bewind kwam. Unionisten zien daarom tot op heden de Nederlandse koning als een held. Elk jaar herdenken zij in juli en augustus de slag met provocerende Oranjemarsen. 

De Ieren hebben de Britten altijd als een bezettingsmacht beschouwd. De Grote Hongersnood van halverwege de negentiende eeuw staat in het collectieve Ierse geheugen gegrift. De aardappeloogsten in veel Europese landen mislukten door de aardappelziekte. Maar de Britten exporteerden andere Ierse voedselproducten voor eigen gewin, terwijl de Ierse bevolking honger leed. Meer dan een miljoen Ieren kwam om het leven, een veelvoud emigreerde naar de VS en Australië. 

Compromis 

De frustratie over de Britse overheersing vond bij de Paasopstand in 1916 een uitweg. Een Iers vrijwilligersleger kwam in opstand en riep de onafhankelijke Ierse republiek uit. Het Britse leger sloeg hard terug en executeerde de vijftien leiders van de opstand. 
Daarmee overspeelden de Britten - niet voor het laatst - hun hand. Door de executie sloeg de publieke opinie om, de steun voor de strijd voor Ierse onafhankelijkheid groeide. Bij de verkiezingen voor het Britse parlement in 1919 won in Ierland Sinn Fein de verkiezingen, en de Britten beseften dat zij Ierland meer autonomie moesten geven. Zo ontstond in 1921 de Ierse Vrijstaat. 

Ook bij die onderhandelingen waren de zes graafschappen in het noordoosten van Ierland al een hoofdpijn-dossier. De Britten hadden eeuwenlang aangemoedigd dat (protestantse) Britten door emigratie Ierland meer Brits zouden maken. In zes van de negen graafschappen van Ulster waren zij in de meerderheid. Maar die positie zouden zij verliezen in een autonoom Ierland. Als compromis werd besloten dat de zes graafschappen met een protestants meerderheid Brits zouden blijven. 
Daarop volgde in Noord-Ierland een halve eeuw van onderdrukking en discriminatie van de oorspronkelijke Ierse bevolking door de unionisten. Ieren waren uitgesloten van banen bij de overheid; de Noord-Ierse politie was dominant unionistisch en partijdig. Maar ook het economische leven werd gedomineerd door de unionisten, de Ierse bevolking leed onder werkloosheid en armoede. 
Eind jaren zestig laaide het geweld aan beide zijden op, en het Iers nationalistisch zelfbewustzijn groeide. Het werd nooit helemaal duidelijk wat nu wat veroorzaakte. Hoe het ook zij, het Ierse Republikeinse Leger (IRA) dat sinds de Paasopstand een zieltogend bestaan leidde, eigende zich de taak toe het Ierse bevolkingsdeel desnoods met geweld te beschermen tegen de unionistische onderdrukker. 

The Troubles 

Na enkele geweldserupties besloot de Britse regering het leger naar Noord-Ierland te sturen om de rust terug te brengen. De Ierse Noord-Ieren waren daar aanvankelijk blij mee. Zij verwachtten dat het leger de Ierse minderheid ging beschermen tegen de unionistische onderdrukkers. 
Maar weer speelden onwetendheid en desinteresse de Britten parten. Zonder zich te verdiepen in de oorsprong en context van het Noord-Ierse conflict kozen zij de IRA als tegenstander, de Noord-Ierse politie en loyalistische milities hadden vrij spel. En wederom was het gevolg het tegendeel van wat de Britten wilden bereiken: de IRA werd opnieuw populair en verwierf nieuwe vrijwilligers. 

Het resultaat was een totale escalatie van het conflict die tot op heden eufemistisch 'The Troubles' worden genoemd. Met twee bevolkingsgroepen die zich ingroeven in hun eigen gelijk, en het onbehouwen opererende Britse leger. 
De IRA ontpopte zich tot een mededogenloze organisatie die vermeende dissidenten en vijanden genadeloos aanpakte. Daartegenover stond een militaire macht die zich ook niet meer gebonden achtte aan rechtsstatelijke waarden en regels. Het doel heiligde de middelen, de vijand moest uitgeschakeld. 

Het journalistieke meesterwerk Say Nothing (2018) van de Amerikaanse journalist Patrick Radden Keefe verhaalt hoe Margareth Thatcher na haar aanstelling tot prime-minister in 1979 moet worden bijgepraat over de situatie in dat overzeese landsdeel van het Verenigd Koninkrijk. Ze blijkt nauwelijks iets te weten van van de demografische verhoudingen en de geschiedenis. Het illustreert feilloos de Britse desinteresse en onwetendheid. 

Het Goede Vrijdagakkoord 

Pas halverwege de jaren negentig kwam er zicht op een uitweg. De Amerikaanse president Bill Clinton committeerde zich persoonlijk aan een blijvende oplossing. Met Tony Blair die in 1997 minister-president werd, kwam alles in een stroomversnelling. Blair bleek beter begrip te hebben van de Brits-Ierse verhoudingen en gevoeligheden. Hij was de eerste Britse premier die onomwonden de Britten aanwees als hoofdschuldige van de verschrikkelijke hongersnood van anderhalve eeuw geleden. 
En hij initieert vredesonderhandelingen die een jaar later uitmondden in het Goede Vrijdagakkoord. Dat geeft Noord-Ierland zijn zelfbestuur terug en noodt nationalisten en unionisten in het Noord-Ierse parlement samen te werken. Het werd voor onmogelijk gehouden, maar voormalige paramilitaire leiders als Martin McGuiness en Gerry Adams traden toe tot het politieke bestuur van Noord-Ierland en gingen samenwerken met de onder anderen de extremistische loyalistische dominee Ian Paisley. 

Tot op de dag van vandaag werkt het Goede Vrijdagakkoord min of meer. De grote paramilitaire organisaties van beide zijden leverden hun wapens in en houden zich sindsdien gedeisd, op een enkel incident na. 
Het vredesakkoord heeft geleid tot een economische opleving van Noord-Ierland. De hoofdstad Belfast heeft zich ontplooid tot een hippe en bruisende stad, ook voor toeristen. Maar in de armere buitenwijken leven unionisten en nationalisten nog altijd strikt gescheiden van elkaar, beschermd door een hoge zogenoemde 'peace wall' van honderden meters lang. De vrede in Noord-Ierland is nog altijd broos. 

Open grenzen 

Het belang van de Europese Unie bij het lopende vredesproces kan moeilijk worden overschat. Omdat Ierland en het Verenigd Koninkrijk beide lid zijn van de EU kon de ruim tweehonderd kilometer lange grens tussen Noord-Ierland en Ierland na 1998 worden opengesteld. De unionisten zijn formeel Britse staatsburgers en leven op het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk. 
Maar in de praktijk maakt Noord-Ierland met zijn open grenzen deel uit van de Ierse republiek: Noord-Ieren zijn - niet alleen economisch - vooral gericht op de zuider- en westerburen. Noord-Ieren zijn zich ook terdege bewust van het belang van de EU voor de huidige vrede: ze stemden bij het referendum - net als de Schotten -  met een ruime meerderheid tegen een Brexit. 
Precies die open grenzen zijn nu onderwerp van dispuut in het oneindige debat over de Brexit. Want hoe geef je de grens tussen Noord-Ierland en Ierland vorm als het Verenigd Koninkrijk de EU verlaat? 
Vooral de Brexiteers lijden aan het aloude euvel desinteresse en onwetendheid. Tot grote ergernis van Ierse en Noord-Ierse politieke leiders hebben zij in hun campagne op geen enkele wijze rekening gehouden met de gevolgen van een Brexit voor de kwetsbare Noord-Ierse vrede. 

Premier May dacht met een zogenoemde back stop de Noord-Ierse kwestie voorlopig geregeld te hebben in het akkoord dat zij met Brussel sloot: zolang er geen goede oplossing voor Noord-Ierland is gevonden, zou de Brexit voor onbepaalde tijd worden uitgesteld. 
De Brexiteers verfoeien deze back stop, de Brexit zou zo eindeloos uitgesteld kunnen worden. Maar zij hebben geen plan B. De terugkeer van een harde grens met Britse douaniers is voor zowel Ierland als de nationalistische Noord-Ieren onbespreekbaar. Open grenzen betekenen feitelijk dat een deel van het Verenigd Koninkrijk zich onttrekt aan de Brexit, en dat is evenmin een optie. 

Speelbal 

Ondertussen lijken de Britse politieke leiders hun eigen machtspositie in de aanloop naar onvermijdelijke nieuwe verkiezingen belangrijker te vinden dan het behoud van vrede. De leiders van de Conservatieven en Labour spelen hoog spel waarbij Noord-Ierland wederom als speelbal wordt gebruikt. 

Het lijkt er op dat de Britse desinteresse en onwetendheid de Noord-Ieren wederom parten gaan spelen. Het moet voor de unionistische Noord-Ieren een hard gelag zijn. Ruim een eeuw strijden zij nu krampachtig voor het behoud van de Britse status van hun landsdeel. Maar er is nauwelijks sprake van wederzijdse liefde. De Britten hechten blijkbaar niet zo sterk aan de unie van Groot-Brittannië en Noord-Ierland als de unionisten doen. 

Misschien zit precies daar op termijn de oplossing. Het Goede Vrijdagakkoord bevat namelijk een belangrijke bepaling: als een meerderheid van de Noord-Ieren vindt dat de zes Ulster-graafschappen bij de Republiek Ierland behoren, dan valt het landsdeel aan Ierland toe. Indertijd hebben alle onderhandelende partijen met deze bepaling ingestemd. 

Nu wil het geval dat de demografische verhoudingen aan het verschuiven zijn, en de unionisten hun meerderheid gaan verliezen. Als inmiddels ook een deel van de unionisten inmiddels de voorkeur gaat geven aan leven in vrede in Ierland boven een opleving van het conflict in een Brits Noord-Ierland met dichte grenzen, dan is een referendum over de overdracht van Noord-Ierland aan Ierland een serieuze optie. 

Natuurlijk zal er nog flink wat water door de Boyne moeten stromen voordat het zover is. Geharnaste loyalistische splintergroeperingen grijpen mogelijk opnieuw naar de wapens als dit scenario realistisch wordt. 
Bovendien bereiden de Schotten zich ook al voor op een tweede onafhankelijkheidsreferendum. In 2014 stemde een meerderheid van de Schotten nog tegen afsplitsing van Groot-Brittannië. Maar het vooruitzicht van een Brexit doet de Europa-minnende Schotten langzaamaan van mening veranderen. De Brexit die moest leiden tot de herleving van oude glorieuze Britse tijden zal dan de inleiding blijken te zijn van het uiteenvallen van het Verenigd Koninkrijk. Dat zullen de politici in Londen ook niet zonder slag of stoot willen accepteren. 

Langzamerhand zal in Londen de rede moeten terugkeren, in het besef dat de Britten zichzelf flink in de nesten hebben gewerkt en dat offers onontkoombaar zijn. 


Het Goede Leven Word abonnee van Het Goede Leven

  • Onbeperkt toegang
  • Gratis deelname 1 evenement
  • Wekelijkse nieuwsbrief