Microfinanciering: kansrijk, maar niet eenvoudig

Leningen aan kleine ondernemers in lagelonenlanden zijn een prachtig maar ook complex instrument voor sociaaleconomische ontwikkeling.
Maria de la Paz Barrera (El Salvador) startte met een lening via Caja de Crédito Soyapango haar winkeltje waar ze snacks, snoep, frisdrank, eieren en nog veel meer verkoopt. Foto: Opmeer reports voor Oikocredit
Maria de la Paz Barrera (El Salvador) startte met een lening via Caja de Crédito Soyapango haar winkeltje waar ze snacks, snoep, frisdrank, eieren en nog veel meer verkoopt. Foto: Opmeer reports voor Oikocredit
Koningin Máxima lobbyt al jaren op succesvolle wijze bij diverse regeringsleiders om zoveel mogelijk mensen wereldwijd toegang te bieden tot financiële dienstverlening, onder meer met microkrediet. Zij vierde onlangs zelfs haar tienjarig jubileum als speciaal pleitbezorger voor inclusieve financiering van de Verenigde Naties. 

Microfinanciering spreekt ook tot de verbeelding van veel mensen die meer willen doen dan geld doneren. Tegenwoordig zijn er steeds meer organisaties die particulieren de mogelijkheid bieden om te investeren in microkrediet en zo hun geld te laten werken voor mensen die minder kansen hebben dan wij. 

De urgentie van deze vorm van investeren in mensen is duidelijk: nog steeds hebben 1,7 miljard mensen überhaupt geen toegang tot financiële dienstverlening. Leningen aan kleine en startende ondernemers worden door veel banken simpelweg als te duur of te riskant beschouwd. 

Dat deze ondernemers vaak geen onderpand hebben en (financieel) ongeletterd zijn, draagt ook niet bij aan toegang tot financiële diensten. Microfinancieringsinstellingen bieden wel kansen aan deze mensen. Het starten van een kraam, winkel of naaiatelier biedt hen de kans op werk en dus inkomen voor henzelf en hun familie.

De relatief hoge rente heeft een reden

Maar er is soms ook kritiek te horen op microkrediet, vooral als het gaat over de rente die ondernemers betalen. Die percentages zijn veel hoger dan de rentes die we in ons land gewend zijn. Dat deze percentages veel hoger zijn heeft een aantal redenen. 

In de eerste plaats kost het veel geld om de prijs van leningen te corrigeren voor inflatie. Die is in veel lagelonenlanden soms wel meer dan 10 procent. 

Ook zijn de omstandigheden in veel landen in Latijns-Amerika, Afrika en Azië niet te vergelijken met Nederland. Zo brengt het bijvoorbeeld meer kosten met zich mee om mensen in verafgelegen plattelandsgebieden te bereiken met een lening. 

In Nederland zijn vrijwel alle bankzaken digitaal te regelen en komt er nauwelijks meer bankpersoneel aan te pas. Met microkrediet is het praktijk om wekelijks of maandelijks klanten te bezoeken om aflossingen en rente af te handelen. Zo gaat een loan officer op z’n brommer het land in om bijeenkomsten van leengroepen bij te wonen, geld te innen maar ook om training te geven.

Ontvangers van microkrediet zijn vaak zeer gemotiveerd om een succes van hun onderneming te maken.
Relatief kleine leningen aan (startende) ondernemers zijn risicovol en dus kostbaar. Toch zijn kleine ondernemers juist de mensen die de investeerders met een sociale missie, zoals Oikocredit, via hun netwerk van partners willen bereiken. De partners die de feitelijke microkredieten verstrekken, worden dan ook zorgvuldig geselecteerd op hun sociale doelstellingen. 

Het bedrijfsonderzoek dat we doen is uitgebreid, het bestaat uit vele gesprekken met het management, medewerkers én klanten van de microfinancieringsinstelling. 

De klant moet beschermd worden

Om klanten te beschermen hebben een aantal grote financiers in de sector zeven beginselen voor het beschermen van klanten opgesteld. Deze beginselen ter bescherming van de klant (Client Protection Principles of CPP’s) zijn de minimumeisen waaraan een microfinancieringsinstelling moet voldoen. Die CCP’s gaan over het aanbieden van voor de klant geschikte producten, het vermijden van te hoge schuldenlasten, transparantie, een verantwoorde vaststelling van de prijs, eerlijke en respectvolle behandeling van klanten, bescherming van klantgegevens en, last but not least, een duidelijke procedure voor klachtenafhandeling.

Alle microkredietpartners waarmee Oikocredit werkt, moeten de CCP’s onderschrijven, of vergelijkbare normen. In India heeft een netwerk van microfinancierders bijvoorbeeld zelf normen opgesteld. En er zijn partners die moeten voldoen aan de voorschriften van de centrale bank van dat land, omdat ze in hun land in de categorie gereguleerde banken vallen. Ook deze voorschriften zijn vergelijkbaar met de CPP’s. 

Het is belangrijk om systematisch op de partners te blijven toezien ten aanzien van deze principes. Lokale kantoren van Oikocredit in Latijns-Amerika, Afrika en Azië zijn daarbij een groot voordeel. 

In de meeste landen werken bovendien lokale netwerken van microfinanciers aan maatregelen om de sector gezond te houden. Zo stellen ze normen op om te voorkomen dat mensen te veel schulden maken, en zijn er richtlijnen waar aangesloten instellingen zich aan moeten houden, die maandelijks gecheckt worden door externe kredietbureaus. 

Training is nodig om goed met geld om te kunnen gaan

Ontvangers van microkrediet zijn vaak zeer gemotiveerd om een succes van hun onderneming te maken. De meeste mensen hebben echter geen opleiding gevolgd, het ontbreekt hen vaak aan kennis op het gebied van administratie, marketing, landbouw of techniek. Terwijl dat ook hard nodig is. 

Een voorbeeld: de Filipijnse landbouwer Pablo is 36 jaar oud, getrouwd en hij heeft vier kinderen. Via een microfinancieringsinstelling heeft hij een lening lopen van 80.000 Filipijnse peso, omgerekend zo’n 1500 euro. De aflossingstermijn bedraagt twee jaar, met een rentepercentage van 18 procent op jaarbasis. De lening gebruikt hij om zijn gewassen, en daarmee zijn bedrijf, beter bestand te maken tegen klimaatveranderingen. Zo plantte Pablo rijstzaden die weerbaarder zijn tegen extreme weersomstandigheden zoals tyfoons. (In verband met zijn privacy is de naam van Pablo gefingeerd)

Oikocredit traint haar partners daarom op verschillende gebieden, zodat zij hun klanten – de ondernemers – weer kunnen trainen. Om te leren hoe ze kunnen sparen, hoe je de financiën van een huishouden kunt bijhouden én uiteraard hoe een financiële boekhouding van een eigen bedrijf eruitziet.

De training voor partnerorganisaties gaat over bedrijfsmatige thema’s zoals managementinformatie of risicomanagement. Voor veel partners actief in landbouw ligt de focus op kennis. Bijvoorbeeld over welke gewassen beter bestand zijn tegen extreme weersomstandigheden, over schadelijke pesticiden en de voordelen van biologische landbouw. Zo kunnen zij hun klanten trainen om deze kennis in de praktijk te brengen. 

Ook werken we met programma’s die microfinancieringsinstellingen helpen om veranderingen in de levens van hun klanten te volgen in de loop van de tijd. Door bijvoorbeeld gegevens als veranderingen in inkomen en de termijn van het afbetalen van de lening bij te houden, krijgen ze meer inzicht in het leven van deze ondernemers. 

Dit helpt de microfinancieringsinstellingen bij het versterken van hun processen en diensten. Dit model waarin we meer bieden dan financiering, is nodig wil je als investeerder echt impact maken op het leven van mensen. 

Sociale impact voorop

Oikocredits beleggers willen niet alleen maar geld verdienen. We zijn - meer dan veertig jaar geleden - opgericht om financiering te verstrekken aan mensen die daar bij reguliere instellingen niet voor in aanmerking komen. Door hen toegang te bieden tot financiering ondersteunen we de groei van ondernemingen. 

Dat betekent dat onze investeerders ook verwachten dat we meer risico nemen, en de daarbij behorende kosten maken. Dat leningen aan microkredietorganisaties en hun klanten veel kosten, is voor hen vanzelfsprekend en zelfs nodig om de sociale impact te bereiken waar we naar streven. 

Margreet Fros is manager marketing & communicatie bij Oikocredit Nederland

Het Goede Leven Word abonnee van Het Goede Leven

  • Onbeperkt toegang
  • Gratis deelname 1 evenement
  • Wekelijkse nieuwsbrief