Historische gesprekskunst in de politiek

Het Plakkaat van Verlatinghe moet op een prominente plek worden tentoongesteld. Nog beter is een oefening in ‘historische gesprekskunst’.
Het verleden is terug van nooit weggeweest in de politiek. Het verschijnt in vele gedaanten. Soms halen politici met sepiakleurige beelden nostalgische herinneringen op aan een overzichtelijke, begrijpelijke wereld van ‘domweg gelukkig in de Dapperstraat’. Het zal iets te maken met de hedendaagse ervaring van complexiteit en snelheid.

Het verleden kan ook op een andere manier present zijn. Tijdens de algemene beschouwingen daags na Prinsjesdag herhaalden CDA en VVD hun pleidooi om de geboortepapieren van Nederland, zoals het Plakkaat van Verlatinghe (1581), toegankelijk te maken voor het grote publiek. In dit geval ging het niet zozeer om nostalgie, maar meer om het koesteren van het mooie verleden, om ‘trots’ en ‘gezonde vaderlandsliefde’.

Valkuilen

Een beroep op het verleden kan om verschillende redenen nuttig zijn voor politici. Zo kan het verleden inspireren en zelfs lessen bijbrengen. Het kan voor kortzichtigheid behoeden, als medicijn tegen de waan van de dag. Het kan een verbrokkelde gemeenschap zicht bieden op dat wat bindt. Het verleden kan ook helpen om te relativeren en verhitte debatten te dempen. Allemaal goede redenen om het verleden in herinnering te roepen.

Toch kent de manier waarop hedendaagse politici het verleden present stellen, twee grote valkuilen. De eerste is dat het verleden wordt verabsoluteerd of zelfs heiligverklaard. In dat geval geldt het verleden als de absolute norm voor het heden. Dan zijn we snel uitgepraat. Zo kan voor SGP’ers ds. G.H. Kersten het ijkpunt zijn. Voor populistische partijen is Pim Fortuyn de held. ‘Wat zou Pim ervan hebben gevonden?’

De tweede valkuil is dat het verleden volkomen wordt ‘weggerelativeerd’, alsof het er op geen enkele manier toe doet. Dan zijn we net zo goed uitgepraat. De historicus George Puchinger stelde aan jonkvrouw Wttewaal van Stoetwegen, een eigenzinnig CHU-Tweede Kamerlid, eens de vraag: “Wat heeft Groen van Prinsterer ons vandaag nog te zeggen?” De freule zuchtte eens diep: “Helemaal niets, meneer.”

Gesprekskunst

Het zijn de twee dominante posities in de omgang met het verleden: het verabsoluteren van de geschiedenis en het negeren ervan. In beide gevallen is sprake van een onvruchtbare omgang met het verleden.

Zou het niet beter zijn als politici een derde weg zoeken en echt met het verleden in dialoog zouden gaan? Geschiedfilosoof Herman Paul sprak in dit verband eens van ‘historische gesprekskunst’. Dat wil zeggen: zoek niet zozeer naar zelfbevestiging in het verleden, negeer het ook niet, maar ga eenvoudigweg in gesprek met de mensen uit het verleden. 

Wellicht putten we moed en inspiratie uit hun perspectieven op het goede leven en het goede samenleven. De mensen die ons zijn voorgegaan hebben immers geworsteld met dezelfde vragen als wij.

Zo’n historische gesprekskunst bespreekt niet alleen de rooskleurige kanten van het verleden, maar ook de beschamende, minder fraaie bladzijden. Alleen dan doet die complexe werkelijkheid zich in alle veelkleurigheid aan ons voor, en leren we iets over onszelf en onze samenleving.

Pieter Jan Dijkman is directeur van het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA.

Het Goede Leven Word abonnee van Het Goede Leven

  • Onbeperkt toegang
  • Gratis deelname 1 evenement
  • Wekelijkse nieuwsbrief