Lekker overzichtelijk: goede en foute moslims

Bestaan er goede en foute moslims? Moslima Marianne Vorthoren pleit voor nuance.
Het is geen makkelijke, maar wel een essentiële opgave om kinderen te leren dat iedereen eigen keuzes mag maken. Foto: ANP
Het is geen makkelijke, maar wel een essentiële opgave om kinderen te leren dat iedereen eigen keuzes mag maken. Foto: ANP
Polytheïsme: goed of fout? Volgens recente uitzendingen en publicaties van Nieuwsuur en NRC (waarschijnlijk niet geheel toevallig rond 11 september) worden dit soort vragen aan kinderen gesteld in sommige organisaties die informeel islamitisch onderwijs verzorgen. En het antwoord, in het gesprek met de kinderen dat hierop volgt, is niet alleen dat het ‘fout’ is, maar zelfs ‘heel erg fout’ en, erger nog, ‘de érgste fout’. Fout, fouter, foutst.
 
Tot niet heel lang geleden was het voor mij dagelijks werk om op dit soort berichtgeving te reageren namens een deel van de moslimgemeenschap. Tot medio februari 2019 was ik namelijk directeur van SPIOR, de koepelorganisatie van 73 moskeeën en andere islamitische organisaties in Rotterdam-Rijnmond. Naast mooie projecten voor bijvoorbeeld eenzame ouderen, jongeren die nog geen startkwalificatie hebben en gezinnen in armoede, verwoordt SPIOR ook de stem van de achterban in het maatschappelijk debat. Met andere woorden: never a dull moment… Religieuze slacht, financiering van moskeeën, veiligheid van moskeeën, radicalisering, boerkaverbod, salafisme en ga zo maar door. Mooi en waardevol werk, maar vorig jaar besloot ik dat het moment gekomen was om het stokje over te dragen. 

Kritisch kijken naar wat niet goed gaat

Toen de genoemde berichtgeving dan ook onlangs verscheen, was ik mij zeer bewust van de rust die ik nu heb: ik hoefde hier even niets van te vinden, hoefde niet te reageren, werd niet platgebeld door media om een reactie, door aangesloten organisaties vanwege hun zorgen, geen (spoed)overleggen met gemeenten en ministeries, etcetera. Mijn oud-collega’s wens ik hierbij intussen veel wijsheid. Maar ja, het liet me toch niet los. Natuurlijk vínd ik er wel iets van. 
 
Voor de duidelijkheid: van een aantal fragmenten die zijn uitgezonden, schrok ik ook. En vind ik ook dat het niet een goede manier is om islam aan kinderen te onderwijzen. Misschien schrik ik iets minder dan andere kijkers/lezers, omdat ik uit eigen ervaring weet dat vele, vele vrijwilligers en professionele docenten op verschillende plaatsen zich met hart en ziel inzetten om kinderen liefde voor het geloof in verbinding met de Nederlandse samenleving mee te geven. Dat geeft hoop. Dat laat onverlet dat het goed is om kritisch te kijken naar waar het niet of minder goed gaat. 
 
De fragmenten zetten mij echter ook aan het denken over die diepe, oeroude vraag: wat is ‘goed’ en ‘fout’? Vragen waar religies en levensbeschouwingen, filosofen en politici, schrijvers, dichters en regisseurs, zich al eeuwenlang over buigen en dat, als het goed is, zullen blijven doen. Als wij ons buigen over de vraag wat nastrevenswaardig, juist en goed is, levert dit vaak inspiratie, moed, hoop, schoonheid en verbinding tussen mensen. Maar: waar wij dat definiëren, is er per definitie ook altijd een andere zijde, een tegenpool – wat niet valt binnen dat goede, is dan dus ‘fout’, ‘onjuist’, ‘slecht’ of ‘een zonde’.

Zeggen wat goed is, is ook zeggen wat níet goed is

Als moslim geloof ik in één, liefdevolle en barmhartige, God. Monotheïsme dus, en dus geen polytheïsme. Als moslimvrouw kies ik ervoor om mijn lichaam te bedekken, inclusief een hoofddoek. Een lange broek of rok dus, en geen korte. Ik doe dat omdat ik geloof dat het goed is. Maken docenten die kinderen leren over ‘de ergste fout’ of over ‘foute kleding’ dan alleen expliciet wat ik impliciet geloof? Nee, zo eenvoudig is het niet. 
 
Het is goed om te erkennen dat in ieder van onze keuzes voor wat we ‘goed’ vinden, ook een andere kant van de medaille is besloten, van wat we niet goed of in ieder geval minder goed vinden. Maar tegelijkertijd is het zaak om niet te oordelen over de keuzes van anderen, meer nog: niet te oordelen over de ander als persoon en er zeker in het onderlinge maatschappelijke verkeer geen sancties aan te verbinden, bijvoorbeeld door de ander niet gelijk of niet respectvol te behandelen. Makkelijk gezegd, moeilijker gedaan. Toen ik moslim werd en me anders ging kleden, maar nog voor ik een hoofddoek droeg, vroeg een studiegenoot me: ,,Vind je dan dat ik me kleed als een sloerie?’’ Ik was werkelijk stomverbaasd. Nee, dat vond ik niet, en dat vind ik nog steeds niet. Ik was en ben daar eenvoudigweg niet mee bezig. Met mijn keuze over wat ik geloof dat goed is om te doen, draag ik oprecht geen oordeel uit over de keuzes van anderen. 
 
Dat is nog best ingewikkeld om aan kinderen van bijvoorbeeld zes jaar oud uit te leggen. Ga er maar aan staan. Aan kinderen te leren dat ze zichzelf kunnen zijn, zelf na te denken en hun eigen keuzes te maken, en dat aan anderen ook te gunnen en niet over hen te oordelen. Sterker nog, om respect te tonen voor anderen en samen te werken op gedeelde waarden en doelen. Om te leren dat er soms verschillende goede antwoorden mogelijk zijn, of verschillende wegen tot eenzelfde goed doel kunnen leiden. Dat, zeg ik dan als moslim, God ons juist verschillend heeft gemaakt opdat we van elkaar kunnen leren en elkaar kunnen aanvullen. Niet makkelijk, maar wel essentieel. En zeker mogelijk. Het gebeurt op vele scholen en in verenigingen, stichtingen, synagogen, kerken en moskeeën. 

Samenwerken vanuit eigenheid

Het beste resultaat bereiken we misschien nog wel als we daarin van elkaars methoden leren en nauw samenwerken, ieder in z’n eigenheid. Een mooi voorbeeld daarvan ken ik zelf van nabij uit het godsdienstig en humanistisch vormingsonderwijs waar ouders voor kunnen kiezen op openbare basisscholen - een wettelijk recht dat al meer dan een eeuw bestaat. Op dit moment kunnen ouders kiezen uit zes ‘smaken’: boeddhisme, hindoeïsme, humanisme, islam, katholicisme en protestantisme. Op lokaal en landelijk niveau werken bevlogen leerkrachten en bestuurders uit al deze tradities nauw samen om dit voor kinderen te realiseren. Dat is hoopgevend en inspirerend.
 
Nu denkt u misschien na het lezen van het voorgaande: ja maar, er zijn toch grenzen? Soms is iets toch gewoon ‘fout’ en moeten er sancties zijn? Als iemand iets van me steelt bijvoorbeeld, of me bedreigt. Zeker – en die grenzen in het maatschappelijk verkeer bepalen we met elkaar in een democratische rechtsstaat. Gelukkig leven we in een land waarin daarbij vooral veel vrijheid bestaat. Die vrijheid hebben we juist voor mensen die (totaal) anders denken of doen dan wij zelf. Anders zou die vrijheid ook niet nodig zijn. De vrijheid van meningsuiting is er niet voor mensen die allemaal hetzelfde denken als wij zelf. Dat zou even makkelijk zijn! Nee, die is er omdat we het ook grondig oneens kunnen zijn en toch in vrede kunnen samenleven. Natuurlijk is er ook daaraan een grens – namelijk het aanzetten tot haat of geweld. 

De tolerantiegrens voor moslims ligt wat lager

In politieke en maatschappelijke debatten over uitingen en gedragingen binnen moslimgemeenschappen gaat het ook over ‘goed’ en ‘fout’. Daarbij lijkt de tolerantiegrens voor moslims in het algemeen toch iets lager te liggen dan voor andere geloofsgemeenschappen of lijkt er in ieder geval een wat eenzijdige focus te bestaan. En dan druk ik mij voorzichtig uit. Natuurlijk spreken politici zich uit over wat zij goed en fout vinden, dat is de aard van het vak. Maar iets meer reflectie over wat die zo wezenlijke en terecht gekoesterde vrijheden betekenen, ook als het ongemakkelijk is, kan voor ons allemaal geen kwaad. Want vrijheden en principes selectief toepassen, is goed fout binnen een democratische rechtsstaat.
 
Toen ik, meer dan twintig jaar geleden, een training volgde voor het theorie-examen rijbewijs B, was de opzet anders dan nu. Er waren, naar ik me herinner, twee categorieën vragen. De eerste soort was die van een situatieschets met een keuze. Bijvoorbeeld: ‘U gaat hier rechtsaf’. En dan volgde standaard de vraag: ‘Mag dat?’. Waarop uiteraard maar twee antwoorden mogelijk waren: ja of nee. Met andere woorden: goed of fout. De tweede soort vragen luidde ‘Is dat verstandig?’. Dat leverde altijd een interessante uitwisseling op. Misschien kunnen we elkaar wat meer de tweede vraag gaan stellen in plaats van de eerste en dan goed naar elkaars argumenten luisteren.
 
Marianne Vorthoren was tot medio februari 2019 directeur van SPIOR, de koepelorganisatie van 73 moskeeën en andere islamitische organisaties in Rotterdam-Rijnmond.

Het Goede Leven Word abonnee van Het Goede Leven

  • Onbeperkt toegang
  • Gratis deelname 1 evenement
  • Wekelijkse nieuwsbrief