Terug in het ritme

De meeste mensen gedijen bij een vast ritme. Dat geldt extra voor sommige patiënten.
Hoewel ik intens geniet van mijn zomervakantie, is het voor mij geen straf om weer aan het werk te gaan. Ik ben het type dat goed functioneert in een bepaald ritme (ook al is dit in mijn geval een onregelmatig werkritme). Bij sommige patiënten zie je ook dat ze een ritme nodig hebben.

In de zomer zien wij op de kinderafdeling van het Medisch Centrum Leeuwarden andere ziektebeelden voorbij komen dan in de winter, al zegt dat natuurlijk niets over de drukte of de zorgzwaarte.

Een gedeelte van de kinderen is fors benauwd of uitgedroogd, maar ook komen nu de ‘zomer-ongelukjes’ voorbij: van de trampoline gevallen, of van de fiets. Na hoogstens één nachtje slapen mogen deze kinderen meestal weer lekker mee naar huis en zijn wij vooral gerustgesteld dat er gelukkig nog veel buiten wordt gespeeld.

Anorexia

Tegenover deze zomer-ongelukjes staan de kinderen of jongeren die ook even een ritme missen en daardoor van slag raken. Zoals jongeren met anorexia nervosa. Ze zijn net zo’n beetje gewend aan een vast ritme en bezig met herstellen, tot hun basisstructuur even wegvalt. Altijd heftig om te zien wat dit met het kind, maar ook zeker met het gezin doet. De opluchting van de ouders na meestal al een behoorlijk lange periode van wanhoop. De angst bij deze jongeren dat zij moeten gaan doen wat zij allerminst willen.

Wanneer deze jongeren langer bij ons liggen, zie je langzaam hun eigen persoon weer door de ziekte schemeren. Je merkt dan al gauw wanneer je met deze persoonlijkheid contact hebt of wanneer de anorexia het weer even overneemt. Deze verwarring in hun hoofd is soms zo zichtbaar.

Het lastigst vind ik dat wij deze groep niet beter maken. Wij behandelen slechts hun ondervoede toestand, zodat zij lichamelijk ‘goed genoeg’ zijn om geestelijk weer verder te kunnen herstellen. Thuis of terug naar (het wachten op) hun plek binnen de ggz.

Dit maakt dat het bij mij als verpleegkundige ook iets losmaakt. En misschien niet eens alleen als verpleegkundige, maar ook als mens. Na een poos intensief contact gehad te hebben, moet je dit loslaten terwijl je weet (en ziet) dat wij die spreekwoordelijke angel er in die korte tijd nog niet uit hebben kunnen trekken. Wetende dat veel patiënten dit de rest van hun leven nooit helemaal kwijt zullen raken, maar vol hoop dat de collega’s in de ggz de patiënten hier de juiste handvatten in kunnen geven.


Mirte van der Veen is kinderverpleegkundige Medisch Centrum Leeuwarden

Het Goede Leven Word abonnee van Het Goede Leven

  • Onbeperkt toegang
  • Gratis deelname 1 evenement
  • Wekelijkse nieuwsbrief