Opnieuw roaring twenties, of herstel van verbondenheid?

Hebben we roaring twenties voor de boeg? Pleidooi voor herstelde verbondenheid in postcommunistische tijd.
Het optimisme over de multiculturele samenleving is omgeslagen. Foto: ANP
Het optimisme over de multiculturele samenleving is omgeslagen. Foto: ANP
Roaring twenties, werden ze genoemd, die roerige, brullende jaren van onmiddellijk na de Eerste Wereldoorlog, nu honderd jaar geleden. Met die beelden en films, van nieuwe dansen, korte rokken en nog kortere kapsels; met die geluiden van toeterende auto’s, nieuwe muziek en met die voor het eerst luid via de radio uitgezonden stijgende beurskoersen en op de straten zichtbaar groeiende welvaart.

Maar het waren wel zeer selectieve en vertekenende beelden. In Duitse streekhotels hangen nog de foto’s van uitgemergelde oudere mensen, in vodden geklede jonge kinderen en van lange rijen wachtenden voor een uitkering of een hap uit de gaarkeuken. En verderop in Europa vind je soms, heel soms, foto’s van angst, van bewakers, van grensversperringen en zelfs van de eerste Goelag-kampen, beelden van die nieuwe ‘dictatuur van het proletariaat’. Roaring twenties, ja, maar voor een klein deel van die wereldbevolking!

Hoe zullen ze genoemd worden straks, die komende tien jaar? Je hoeft geen profeet te zijn om te voorspellen, dat termen als desintegratie, disruptie, fundamentele verandering, en in het beste geval heroriëntering en paradigmawisseling de labels zullen zijn, waaruit historici gaan kiezen. Het post-communistisch tijdperk is definitief voorbij aan het gaan. Die periode van bevrijding en opluchting, van ontwapening en de dominantie van het vrije marktdenken en het aandeelhouderskapitalisme. 

Het democratisch deficit

Het begon al met het omslaan van optimisme over de zich doorzettende democratische wereldrevolutie. Wat in Warschau, Oost Berlijn en Praag mogelijk bleek, die uitwisseling van dictatuur en onderdrukking door democratie en vrijheid zou het ook halen in Moskou en Peking, in Ho Chi Min Stad en Islamabad en Kinsjasa of Caracas. Maar dat optimisme is omgeslagen in pessimisme. Niet alleen over de aantrekkingskracht van het zogeheten multi-party systeem voor verhoopte nieuwe democratieën, maar zelfs de houdbaarheid van het systeem van de ‘liberale’ democratie in landen met een gevestigde traditie staat onder populistische en nationalistische druk. Niemand heeft nog een oplossing gevonden voor het wegvallen van het vertrouwen in de gevestigde politieke partijen en toch zal er herstel of een alternatief moeten komen, wil de democratie overleven, of tenminste een gezonde regeerbaarheid verzekerd zijn. En die veelbelovende ontwikkelingslanden en post-socialistische staten? In veler opinie is het model van Singapore of van Vietnam helemaal niet zo slecht. Als men die tenminste afzet tegen het vermeende of terecht gesignaleerde kopen van regeringsmacht door miljardairs en hun trawanten, of tegenover de instabiliteit van publieke opinies, die zo gemakkelijk manipuleerbaar zijn door sociale media. Zelfs in ons land is, volgens een recent onderzoek van de vermaarde denktank Fondation pour L.Innovation politique wantrouwen in gevestigde instellingen, aantrekkingskracht van populisten en gevoeligheid voor extreme standpunten onder de generatie van beneden de dertig even groot als in Italië nu voor het gehele electoraat. Ook hier een tikkende tijdbom? In ieder geval zal de desintegratie, die we nu in Europa en in Nederland ervaren in het komend decennium of verergeren of een medicatie moeten krijgen, die de voortwoekering stopt.

Inclusie, duurzaamheid, gelijkheid?

Maar de politiek is niet het enige domein van desintegratie. Als voor het eerst in honderdvijfentwintig jaar(!) ouders denken, dat hun kinderen het niet meer beter zullen krijgen dan zij zelf, dan is het gevoel van vooruitgang, dat in de twintigste eeuw eigenlijk althans in Nederland meestal overheerste, weg. Verdwijnend, ondanks dat we het nog nooit zo goed hebben gehad. Er is iets anders aan de hand. Het gevoel van welvaart is relatief, zoals Minister Hoekstra in de Schoo-lezing zei. In Europa zien we de verschillen tussen Noord en Zuid en binnen de Visegrad-landen groeien, en dat is moeilijk uit te leggen. In Nederland schieten niet alleen de inkomens- en vermogensposities van de rijkste 5 à 10 procent omhoog, maar blijven ook die van de middenklasse zeker verhoudingsgewijs achter, soms heel erg. De groei van het gezinsinkomen leek lang behoorlijk te zijn, maar is in veel gevallen alleen maar te danken door de toename van het twee- of anderhalf-verdienerssyteem. Decennia lang groeit het inkomen van ‘’de gewone’’ werknemer of ambtenaar niet of nauwelijks. 

Daar komt een nieuw fenomeen bij: onze traditionele bescheidenheid en afkeer om je rijkdom te etaleren - the embarrassment of the riches, rijk zijn in stilte - gold lang als een kernstuk van de vaderlandse identiteit, maar onder invloed van de Quote 500-cultuur hebben we dat erfgoed bij het afval gedeponeerd. Daar komt ook bij dat op economisch terrein het optimisme over die andere consequentie van de val van het communisme, in twijfel is omgeslagen. Het absolute vrijemarktdenken, met zijn dereguleringen, voorrang voor de aandeelhoudersbelangen, privatiseringen, zelfs van diensten voor het algemeen belang, en een financiële sector, die zich ten dele los zong van de reële economie en samenleving - we zijn van al die ontwikkelingen meer en meer de keerzijde gaan zien. De bancaire crisis van 2008 onthulde de extreme kwetsbaarheid en de excessen van dit systeem van kapitalisme en vrije marktdenken. Het op de pof leven geldt daarbij niet alleen en zelfs niet op de eerste plaats de schuldenberg, met de onnatuurlijk lage en dus uiteindelijk zeer tijdelijke premiering van zeer geringe rentes, maar het geldt vooral de overbelasting, het niet in de prijzen verdisconteren van gebruik en de uitputting van aarde en milieu. Is de mens medeschepper naast de Schepper of is hij de vernietiger ervan?

Geen linkse fanaten

Het zijn niet linkse of milieufanaten die roepen, soms schreeuwen, dat er een ander systeem moet komen en huidige automatismen omgekeerd moeten worden. Natuurlijk Piketty met zijn Capitalism and Inequality, maar ook Noud Wellink, of Paul Krugman, en zelfs het US Business Forum: ,,Het kan zo niet langer!’’. 

Het meest duidelijk en alle dimensies omvattend over de nieuwe economische desoriëntering én de urgentie tot ommekeer is verwoord in de Pauselijke Encyckliek Laudato Si, met zijn pleidooi voor de verbinding van het milieuvraagstuk met dat van de wereldarmoede en met een andere persoonlijke spiritualiteit. Tegen de wegwerpcultuur en voor ‘de zorg voor ons gemeenschappelijk huis’ en een integrale ecologie. Als we ook hier in de komende jaren geen fundamentele heroriëntering en herintegratie bereiken, zullen de twintiger jaren van de 21ste eeuw straks ook weer brullend, roaring, genoemd gaan worden. Niet met het lawaai van jazz, foxtrot en making whoopee, maar dan van de pijn van nieuwe crises en disrupties.

Vanuit de christelijk-sociale inspiratie is in de vorige eeuw tot tweemaal toe een alternatief denken ontwikkeld op de heersende trends van dominantie van het kapitaal of de gedachte van de onvermijdelijkheid van het socialisme. Nu is een derde ronde nodig, een nieuw Rijnlands model, dat ons sociaaleconomische stelsel herijkt op een nieuw evenwicht tussen kapitaal en arbeid, en tussen de belangen van de schepping en de behoeften van een snel groeiende wereldbevolking, tussen globalisering en inclusie van de minder weerbaren.

Samenleven doe je niet alleen

Er is een derde terrein, waarop het optimisme van de eerste jaren na 1989 is omgeslagen. Al in 2000 vroeg Socires, ons platform voor een verantwoordelijke samenleving, op het Christelijk Sociaal Congres bijzondere en geconcentreerde aandacht voor het multiculturele vraagstuk. Getto’s en Pleinen heette het document, waarin gebroken werd met het optimisme van de automatische integratie. Nog voor het geruchtmakend rapport van Paul Scheffer. Het was gewaagd om boven de vooral in ons land heersende tonen van Alle Menschen werden Brüder uit te klinken met de boodschap, dat dat wel waar was, maar dat dat dat niet vanzelf gebeurde en er hard aan gewerkt moest worden. En dat in ieder geval het door velen afgeschilderde gezamenlijke voorland van secularisatie een wensdroom was. Een moslim is pas geïntegreerd ‘als hij er niks meer aan doet’. Wij bepleitten juist een intensivering van de dialoog tussen de verschillende levensbeschouwingen.

We kennen de ontwikkelingen nadien. Het westerse model van dechristianisering, dat automatisch verbonden is met betere scholing, meer welvaart en betere bescherming tegen ziektes, geldt niet of veel minder voor aanhangers van andere godsdiensten of voor christenen uit niet-westerse culturen. En daarmee werkt ook het door ons gekoesterde verzuilingsmodel niet. Verzuiling leidt soms eerder tot isolement, verzet, weerstand en afwijzing van de moderniteit. En de grote onbeantwoorde vraag is, hoe het verder moet. En ook hier wordt deze sociale desintegratie versterkt door twee andere factoren. Niet alleen is secularisering de boventoon in de West-Europese samenleving, maar ook individualisering en het verval van gemeenschappen en vertrouwen in instituties. Niet alleen op het terrein van de politiek. Ten dele begrijpelijk, als gevolg van sociale en geografische mobiliteit, ten dele ook als een uiting van het overheersende ideaal van zelfverwerkelijking. Wie de realiteit van de immobiliteit van vroeger kent en het gevangen zijn in klassen, beroepen en opleidingsniveaus beseft, wat de bevrijdende werking is van sociale en culturele mobiliteit. Maar we weten ook dat een samenleving sterke instituten nodig heeft, gemeenschapsverbanden en dat zelfverwerkelijking ook een relationele dimensie heeft: in relatie met anderen en in vertrouwen floreert de mens het meest. De economisering van die relaties en de vertaling ervan in procedures en aanbestedingen, ook van niet-economische processen, roept de vraag op waar die essentiële kwaliteit van vertrouwen, trust, is gebleven, tussen mensen onderling en in hun relaties met hun instellingen.

Weerbaar tegen vervreemding

Toch hebben mensen vertrouwen en vertrouwelijkheid nodig. Soms wordt dat vertaald in een nostalgische hang naar vroeger, het nationale, het vertrouwde. Maar dan zijn er ook aanwijzingen, ook in ons land – zie de Brainportregio Eindhoven – dat juist burgers en hun verbanden, die een hechte onderlinge, dikwijls, lokale verworteling hebben het meest weerbaar zijn tegenover de vervreemdingsverschijnselen van de globalisering. En daarvan weten te profiteren… 

Vooral onontkoombaar in de komende jaren is bij dit alles een nieuw integratiedebat, niet van die bekende en beruchte blanke elite alleen onder elkaar, maar wel met alle bevolkingsgroepen. Maar dan ook over de eisen, die we aan elkaar mogen stellen, van toegang tot betaalbare huisvesting tot het beheersen van het Nederlands, en van acceptatie van de plaats van religie in het publieke domein tot het respect van alle menselijke grondrechten en hedendaagse vertaling van dat andere cultuurkenmerk: tolerantie. We hebben nog geen begin van een visie op die nieuwe, onomkeerbaar multiculturele samenleving, maar als we die niet snel samen ontwikkelen, dan zullen ook in deze dimensie de twintiger jaren in ieder geval opnieuw bijzonder roerig, roaring worden.

De kracht van verbondenheid

Over de agenda van de jaren twintig en de beantwoording van de vraag hoe het label van het komend decennium eruit zal zien, is meer te zeggen. De grootste desillusie van het postcommunistische tijdperk is nog niet genoemd: het uiteenspatten van de verwachting van een versterkt multilateralisme en de terugkeer van de spanningen in de wereldverhoudingen, met persistente conflicten, nieuwe herbewapeningen en opeens weer het besef van nucleaire kwetsbaarheid. Maar voor de erfgenamen van het christelijk-sociaal denken gaat het erom vooral ter hand te nemen, wat direct in onze handen gelegd is, namelijk een nieuwe vertaling van die waarden en oriënteringen naar een robuste democratie met dragende instellingen, een florerende economie van inclusie en duurzaamheid en een maatschappij, waarin mensen elkaar kennen, vertrouwen en een boodschap aan elkaar hebben. De euforie van het postcommunistische tijdperk is over, maar de ontnuchtering mag niet blijven steken in inertie en machteloosheid. Het gaat erom de disrupties en desintegraties om te zetten in de kracht van verbondenheid. Naar een decennium van desintegraties of herstelde verbondenheid? Ten bate van het goede leven en samenleven.

Jos van Gennip is oprichter van Socires, platform voor een verantwoordelijke samenleving. Hij was voorzitter van de commissie die in 2016 voor het Christelijk Sociaal Jubileumcongres het rapport presenteerde ‘De kracht van verbondenheid’.

Lees ook het artikel van Sophie van Bijsterveld over de ambivalente houding van Nederlanders tegenover instituties 


Het Goede Leven Word abonnee van Het Goede Leven

  • Onbeperkt toegang
  • Gratis deelname 1 evenement
  • Wekelijkse nieuwsbrief