Goed preken is een vak

Predikanten kunnen wel een hart onder de riem gebruiken als het om preken gaat. Voor hen is er het Preekfestival.
Kees van Ekris: ,,Waar leer je nog luisteren? Hoorders moetn zich erin oefenen langer te luisteren, en om door te zetten als het even niet interessant is." Foto: Koos van Noppen
Kees van Ekris: ,,Waar leer je nog luisteren? Hoorders moetn zich erin oefenen langer te luisteren, en om door te zetten als het even niet interessant is." Foto: Koos van Noppen
Bij preken komt veel kijken. Voor hen die dat vak beter onder de knie willen krijgen – en voor anderen die regelmatig op de kansel staan – is het Preekfestival. Een van de organisatoren is Areopagus, centrum voor contextuele en missionaire prediking, onderdeel van de IZB. Kees van Ekris is programmaleider van Areopagus en predikant van de wijkgemeente Bethel in Zeist.

Wat is het eigenlijke van een preek?
,,Een belangrijk aspect van een preek is dat de Bijbel erin wordt uitgelegd. En dan op zo’n manier dat je contact krijgt met wat er in de Bijbel gebeurt, wat er in de tekst staat die behandeld wordt. Als je dat kunt ontsluiten in taal en voorbeelden van nu, dan kan er iets krachtigs gebeuren. Sinds de Reformatie zit er bovendien een sterk didactisch element in de preek. Daarom is een opleiding ook zo belangrijk. De prediker moet Grieks en Hebreeuws kunnen lezen om de Bijbel goed te kunnen ontsluiten.”
Hoe kan een predikant een preek houden voor de hele gemeente? De een zit te wachten op kennisoverdracht, de ander wil juist geraakt worden. ,,De dominee kent de gemeente waarvoor hij of zij preekt, en hij kent dus ook de overeenkomsten die er zijn in de gemeente. Omgekeerd kun je ook common ground máken: de gemeente kan immers ook één worden door de woorden. Iets van de preek leren en tegelijkertijd geraakt worden, sluit elkaar bovendien niet uit. Geraakt willen worden, kan staan voor een behoefte aan diepere kennis, aan behoefte aan contact met God. En kennis kan ook ‘bevindelijke kennis’ worden, dat is een andere vorm van geraakt worden dan oppervlakkige emoties.”

De preek lijkt springlevend, als ik de aankondiging van het Preekfestival lees. Is dat ook zo?
,,Ja, ik vind van wel. We hebben behoefte aan een goed woord. Ik sprak laatst iemand die vertelde van slag te zijn na een slechte preek, juist vanwege die behoefte. Juist als een goed woord niet gebeurt, merk je hoezeer je het nodig hebt. Maar dat de preek springlevend is, wil niet zeggen dat het allemaal goed gaat. Ik merk dat predikanten, maar zeker ook de toehoorders, onder druk staan rondom de preek. Het moet origineel zijn, flitsend, praktisch. De prediker moet veel ‘geven’, de hoorder moet veel ‘beleven’. Bij Areopagus proberen we zowel de ‘sprekerskant’ als de ‘hoorderskant’ aandacht te geven. Wat mij betreft is deze thematiek overigens een urgent aandachtspunt voor heel de kerk. Ik zou het niet vreemd vinden als de landelijke kerk hier veel forser aandacht voor zou ontwikkelen.”

Afgemopperd

,,De toehoorders ervaren niet altijd hoe hoog de druk kan zijn op de predikant. Er wordt wat afgemopperd op de preek, rechtstreeks en via de mail. Ik zou graag het bondgenootschap tussen de dominee en de toehoorders van de preek willen herstellen. De preek is een kwestie van geven en nemen. Soms zit er niet iets voor jou bij, maar wel voor anderen, voor jongeren of juist voor ouderen. De preek kan ook niet altijd smashing, fantastisch, zijn. De hoorders leven in een maatschappij waarin het snel moet. Concentratie en geduld worden steeds schaarser, maar er zijn wel erg grote verwachtingen.”

De predikant moet op zijn beurt ook zelf reflecteren: heb ik wel contact met mijn hoorders, weet ik wat er leeft, ken ik hun leven?
,,Het mooiste zou zijn een goed geestelijk gesprek te voeren over de preek. Maar in veel gemeentes is dat te spannend, omdat er veel negativiteit kan loskomen ten aanzien van de predikant. Ook in kerkenraden kan er soms bot gereageerd worden. Het is daarom dat ik pleit voor zo’n bondgenootschap. Dat kan zorgen voor wederzijds vertrouwen, voor fijngevoeligheid, en voor onderlinge liefde.”

Wat kunnen hoorders zelf doen?
,,De kerk bevindt zich niet op een eiland, de hoorders van de preek leven in een gepolariseerde samenleving, op het werk heerst aak een competitieve sfeer en overal worden mensen aangesproken als consument. De gemiddelde spanningsboog is daarnaast kort, je concentreren op iets wat je niet meteen aanspreekt of begrijpt, is voor veel mensen een brug te ver."
,,Dit alles heeft gevolgen voor het luisteren naar de preek. Waar leer je nog luisteren? Hoorders moeten zich erin oefenen langer te luisteren, en om door te zetten als het even niet interessant is. Wat daarbij helpt is een goede liturgie die je inleidt in zo'n luisterhouding."

Kan dat nog wel, als die liturgie een amalgaam is geworden van stijlen? Van Opwekking naar een psalm in de oude berijming naar een filmpje voorde kinderen? Hoe kun je in zo'n potpourri naar een luisterhouding toegroeien?
,,In veel gemeentes lijkt de liturgie op ‘pepernoten strooien’, zoals ik iemand hoorde zeggen, zodat er voor elk wat wils is in de liturgie. En compromissen zijn soms wijs. Een lied uit Opwekking hoeft niet te botsen met een psalm of een lied uit Taizé.”

Inkeer en stil worden

,,Waar het om gaat: ontwikkel je als gemeente een duidelijke visie en een gezamenlijk bewustzijn op wat liturgie is? Durf je daarom ook nee te zeggen op wensen die daarin niet passen? Ik vind bijvoorbeeld dat je voorzichtig moet zijn met visuele prikkels. Er is rust nodig, geen beeldbombardement. Dat beschadigt de geest en de ontvankelijkheid. Er moet ruimte zijn voor inkeer en stil worden, daarvoor is het nodig dat er lijn in de liturgie wordt aangebracht. Ik heb de indruk dat het laatste een beetje ondergesneeuwd is geraakt. Je ziet vaak twee houdingen: conservatisme dat alles wil houden zoals het is, en veranderpaniek, omdat je de jongeren kwijtraakt als je niet meteen alles overhoop gooit. Maar kwaliteit en rijpe vormen houden het het langste uit. Neem de evensong, maar ook Taizé, dat een trage traditie is die goed kan verbinden, en waarmee veel jongeren zich verbonden voelen.”

Is preken een ambacht? Kun je het leren, of hoef je er niet aan te beginnen als je niet ook een beetje een theaterdier bent?
,,Een dominee moet vooral zijn eigen profiel helder hebben: wat kan ik wel en wat niet? Er valt vaak veel te doen aan stem- en taalgebruik, voordracht en houding. Ook als de kracht van een predikant vooral op het pastorale vlak ligt, denk ik dat dat ontsloten kan worden in prediking. Individuele coaching kan ook een goed idee zijn. De vraag is alleen of de predikant daarvoor openstaat, feitelijk en mentaal. De agendadruk is hoog en coaching vraagt veel tijd. Daarnaast heeft een predikant veel meer taken, zoals missionair werk en gemeenteopbouw. Aan de andere kant zou de preek wel prioriteit moeten hebben. De eredienst op zondagmorgen is een concentratiepunt van de gemeente, daar wil de Geest de Schrift openen en spreken, en dan kan er veel gebeuren.”

,,Voor een individueel coachingstraject is het nodig dat een predikant kritisch naar zichzelf kan en wil kijken. Het is een leerproces dat je moet willen aangaan. Hierin kan de kerkenraad ook een rol spelen. De predikant tijd en ruimte geven voor de preek, het ambt van de predikant hooghouden, voor hem of haar bidden, vertellen wat er gebeurt onder de preek, aanmoedigen erin te investeren.”

Dinsdag 17 september vindt het Preekfestival plaats op verschillende locaties in de Amersfoorter binnenstad. Prijs: 35 euro. Zie voor meer informatie: www.preekfestival.nl

Het Goede Leven Word abonnee van Het Goede Leven

  • Onbeperkt toegang
  • Gratis deelname 1 evenement
  • Wekelijkse nieuwsbrief