Wie markt zegt, moet ook moraal zeggen

Met marktwerking is niets mis. Het gaat wel mis als we de markt niet meer zien als een ontmoetingsplek tussen mensen. 
Het politieke denken over marktwerking lijkt te kantelen. Sinds de jaren negentig domineerden marktwerking en privatisering het beleid, inmiddels herontdekken politici het nationale belang en geldt ‘de markt’ niet meer vanzelfsprekend als zaligmakend. Dat bewijzen de recente discussies over marktwerking in de zorg en de telecommunicatiemarkt. 

Het is van belang niet te belanden in een al te gemakzuchtig ‘voor of tegen de markt’. Toch is dat het gevaar van veel discussies zoals die nu worden gevoerd. We belanden van het ene uiterste (de markt als brenger van het heil) in het andere uiterste (de markt als de grote boeman). 

Dat heeft te maken met een verkeerde interpretatie van de markt. Want de markt als fenomeen verschijnt in debatten steeds vaker als een op zichzelf staande kracht, die los staat van de moraal van een samenleving en louter gericht is op de behoeftebevrediging van het individu. 

Huishouden

Oorspronkelijk betekende economie de kennis van het voeren van een huishouden. Tegen die achtergrond is een markteconomie nauw verweven met de samenleving en veronderstelt ze zorgzaamheid voor elkaar. De Italiaanse econoom Luigino Bruni gaat zelfs zo ver om te stellen dat de markteconomie gebaseerd is op menselijke kwetsbaarheid. Want mensen hebben van elkaar datgene nodig waarin zij zelf niet kunnen voorzien en wat hun alleen maar gegeven kan worden.

Zo bezien zet de markt ons aan tot goed samenleven. Vergelijk het met een concrete onderneming. Goede ondernemers werken niet alleen in een onderneming, maar ook voor de samenleving waar hun onderneming deel van uitmaakt. Goede ondernemers werken niet alleen voor winst, maar ook voor de voldoening van betekenis te zijn voor de samenleving.

Gaat er dan niets mis? Natuurlijk wel. Een markteconomie kan uitmonden in een ongebreideld casinokapitalisme, louter gericht op winstmaximalisatie en het individuele belang. Geld kan een doel op zich worden. De toegang tot de markt kan aan mensen onthouden worden.

Opnieuw: vergelijk de markteconomie met een onderneming. Het is geen automatisme dat een onderneming gericht is op het goede. Soms zijn ondernemers gemakzuchtig en moet de overheid prikkelen, soms moeten ze door de overheid en de samenleving worden aangesproken op hun morele verantwoordelijkheid.

Transacties

De samenleving kan alleen menselijk blijven als wij niet alle relaties proberen om te vormen tot louter economische ruilverhoudingen. Dat is het probleem van het hedendaagse liberalisme: relaties worden transacties, met het ‘voor-wat-hoort-wat’ als leidend principe. 

In het debat over marktwerking is er een omgekeerde uitdaging: het komt er op aan dat wij de marktverhoudingen blijven zien als relaties waarin mensen elkaar op basis van hun uiteenlopende vermogens vooruit helpen, waar zij bijdragen aan elkaars geluk. Want wie markt zegt, moet ook moraal zeggen.

Pieter Jan Dijkman is directeur van het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA.


Het Goede Leven Word abonnee van Het Goede Leven

  • Onbeperkt toegang
  • Gratis deelname 1 evenement
  • Wekelijkse nieuwsbrief