Wat er wel en niet kan in de biotechnologie

De mens wil ook in het dierenrijk groots zijn. Hoe ver willen we daarin gaan?
Na een lange verbouwing is museum Naturalis weer open. Het kennisinstituut viert de biodiversiteit op aarde, en staat stil bij de rol van de mens daarin. Hoe klein de mens is in de wereldgeschiedenis, laat Naturalis zien met het skelet van de Tyrannosaurus rex, dat twee jaar de wereld heeft rondgereisd en verbaasd. Het andere topstuk uit de collectie, Stier Herman, laat juist zien hoe groots de mens is. De stier werd in 1990 geboren en is nu opgezet als ‘het icoon van de biotechnologie’.

Biotechnologen voegden aan Hermans DNA een menselijk gen toe dat ervoor moest zorgen dat melk van zijn dochters voor babymelk kon worden gebruikt. Herman werd zo dé mens-diercombinatie van zijn tijd. De jaren daarop ontstonden allerlei nieuwe entiteiten. We hoorden van de muis met het mensenoor en van bavianen met een genetisch aangepast varkenshart.

Inmiddels zijn er in laboratoria talloze combinaties mogelijk van menselijke en dierlijke celmaterialen. Wetenschappers kunnen compleet nieuwe entiteiten tot stand brengen. Zoals ‘chimaeren’, waarbij menselijke stamcellen bij een dierlijk embryo worden ingebracht, en ‘cybriden, waarbij menselijke celkernen in dierlijke eicellen worden ingebracht. Het is onvoorstelbaar wat er wel en niet kan in de biotechnologie.
 
Hoeveel ruimte geven we deze ontwikkelingen in het lab? Begrijpen we de consequenties en risico’s? Kunnen ze bijdragen aan een gezond leven? Dat soort vragen stellen we bij het Rathenau Instituut, dat onderzoek doet naar de impact van technologie en wetenschap op ons leven.
 
De antwoorden op die vragen verschillen van plaats tot plaats en in de tijd. Stier Herman werd bijvoorbeeld minder getolereerd wanneer zijn economische mogelijkheden werden belicht dan wanneer zijn belofte voor de geneeskunde werd genoemd. Uit vooral buitenlands onderzoek en uit een recent rapport dat we voor de Gezondheidsraad schreven, blijkt dat mensen zelden principieel en onveranderlijk voor of tegen zijn. Ze maken een afweging tussen de voor- en nadelen, ook al is het onzeker of, en wanneer, die realiteit kunnen worden. 
 
Daarmee laat de mens zien dat ze in het dierenrijk ook echt groots wíl zijn. In Naturalis zijn vele voorbeelden te zien van wat dat kan betekenen voor de biodiversiteit. De daar getoonde dieren zijn veelal uitgestorven of bedreigd. Ik vind daarom dat wij en andere onderzoekers goed moeten aansluiten bij hoe de samenleving hierover denkt. Dat is: regel het toezicht goed, toets onderzoeksvoorstellen op nut en noodzaak en beheers de risico’s. Durven we op tijd nee te zeggen tegen lonkende perspectieven als het langetermijnbelang van mens en milieu bedreigd wordt? Stier Herman mag van mij nog lang een museumstuk blijven.

Melanie Peters is directeur van het Rathenau Instituut


Het Goede Leven Word abonnee van Het Goede Leven

  • Onbeperkt toegang
  • Gratis deelname 1 evenement
  • Wekelijkse nieuwsbrief