Vooruitzien

Deze column schrijf ik bij toerbeurt met dochter en collega Marianne Hirsch Ballin. Wij hebben veel gemeen, maar niet alles.
In elk geval schelen Marianne en ik 32 jaar in leeftijd. Betekent dit dat zij in haar columns meer vooruit zal kijken, en ik meer terug? Hopelijk niet, zeg ik voor mijzelf. Maar in deze eerste column denk ik wel even terug aan het begin van mijn loopbaan. 
Het was 1976 toen ik op het ministerie van Justitie mr. W.J. van Eijkern ontmoette, loco-secretaris-generaal, wijd en zijd bekend om zijn kunde, ervaring en wijsheid. Later ging ik onder zijn leiding werken. Ik vroeg Van Eijkern hoe langetermijnbeleid bij Justitie vorm kreeg. Zijn antwoord was kort en krachtig: ‘langetermijnbeleid is hier wetgeving’. 
Daaraan moest ik denken toen ik dit voorjaar een artikel schreef over het verschijnsel dat de meeste wetten beleid mogelijk maken door middel van machtigingen aan ministers en agentschappen. Ze stellen echter geen inhoudelijke normen aan dat beleid. Dat heeft de rol van het parlement in hoge mate verplaatst naar de uitvoering van het beleid. 
Inhoudelijke wetgeving is er nog wel, maar heeft de minste haast. Het parlementaire werk gaat vaak over uitvoeringsperikelen en maatregelen die snel moeten worden genomen. Daarover zijn inmiddels zó veel spoeddebatten dat er wachtlijsten voor zijn. Vertrouwen in bewindslieden hangt vaak af van het aantal missers dat ze in de uitvoering op hun kerfstok hebben. 
Op deze manier laten we de toekomst aan zichzelf over. Visie en beleid voor de lange termijn staan bij uitzondering op de politieke agenda, tenzij het eigenlijk al te laat is en we op korte termijn problemen krijgen met die nalatigheid – denk aan het klimaatbeleid. Pas toen de bodem in Groningen het ging begeven, kwam de fossielebrandstofwinning hoog op de agenda. 
Aan de stand van de wetenschap ligt dat niet. Alle acute vraagstukken - klimaat, internationale veiligheid, manipulatie van informatie, georganiseerde misdaad - zijn al decennia geleden gesignaleerd en geanalyseerd. Maar wie zich daar in de politiek druk om maakte, werd gebrek aan politieke realiteitszin verweten. 
Kunnen we ons daaraan onttrekken en van elkaar verlangen dat we verder vooruitzien? Ik heb daarvoor geen wondermiddel, maar wel het advies dit gewoon te doen, hardnekkig en moedig, ook als de duiders van de kiezersgunst het ontraden. Er zijn vast mensen die dat overtuigend kunnen.

Ernst Hirsch Ballin is universiteitshoogleraar aan Tilburg University en hoogleraar rechten van de mens aan de Universiteit van Amsterdam. Hij was eerder onder meer minister van Justitie en van Binnenlandse Zaken.


Het Goede Leven Word abonnee van Het Goede Leven

  • Onbeperkt toegang
  • Gratis deelname 1 evenement
  • Wekelijkse nieuwsbrief