Zoeken naar Hoessein in Irak

Twee jaar na de val van IS zoeken tienduizenden Irakezen nog steeds naar vermiste familieleden.
Zainab Nabeel zoekt nog steeds naar haar broertje Hoessein. Foto: Cordaid/Mickael Franci
Zainab Nabeel zoekt nog steeds naar haar broertje Hoessein. Foto: Cordaid/Mickael Franci
Frank van Lierde van ontwikkelingsorganisatie Cordaid reisde naar Mosul, vijf jaar nadat IS de stad veroverde en het Kalifaat afkondigde. Franks collega Zainab Nabeel bleek een van de vele Irakezen die op zoek is naar een vermist familielid. Op een lentedag in Mosul, vijf jaar geleden, op weg van school naar huis, kidnapt IS haar broertje. Hij verdwijnt. Een verhaal over een oorlog die maar niet stopt.

Daar ligt Mosul. We steken de Tigris over en rijden stapvoets de oude stad in. De stilte is kraakhelder, de destructie totaal. ,,Een paar maanden terug stonk het hier nog verschrikkelijk naar de lijken. Er liepen alleen wilde honden”, zegt Hala Saba Jameel me.

Hala Saba Jameel leidt het gezondheidsprogramma van Cordaid in Noord-Irak. Ze durft nog niet terug te gaan naar haar woonplaats Bagdad. Foto: Cordaid/Mickael Franci


Hala komt uit Bagdad. Ze leidt het gezondheidsprogramma van Cordaid in Noord-Irak. Ooit, in de Tweede Golfoorlog, werd het te heet onder haar voeten. Op een dag doorzeefde een Amerikaanse raket het kantoor waar ze werkte, in hartje Bagdad. Ze was niet onder de indruk. Toen er bij de buren twee kleintjes werden gekidnapt, pakte ze wel haar biezen. Met haar kinderen vluchtte ze naar Erbil, de hoofdstad in Iraaks Koerdistan, hoog in het noorden. Tot vandaag vindt ze Bagdad te onveilig om terug te gaan. Maar ze snakt naar haar stad.

Een oorlog en een wankele vrede verder rijden we samen door Mosul. We zijn op doortocht naar Sinjar, de stad in het noordwesten waar IS de Jezidi-bevolking systematisch heeft proberen uit te moorden, tussen 2014 en 2016. Met Iraakse psychiaters en sociaal werkers steunen we daar IS-overlevenden bij het verwerken van trauma’s. Dat verhaal leest u hier

Leeg

Maar dit verhaal gaat over Mosul. In de oude stad staat geen huis overeind. Woningen tonen gapend hun binnenste. Van hele wijken zien we de dwarsdoorsnede. We stappen uit in Faroekstraat, of wat daarvan over is gebleven. Dit was ooit een druk kruispunt in Iraks tweede grootste stad.

Ik zie een man naast een stapel meloenen die niemand koopt. Omdat er niemand is. Of bijna niet. Een vrouw loopt ons voorbij. Iets later een kind. Jonge mannen slepen een zak cement over straat. Geen stemmen, geen getoeter, geen vogels. Alleen het geknisper van gruis onder onze voeten. En een zon die alles ziet en niets vastlegt.

Van de Faroekstraat in Mosul is weinig meer over. Foto: Cordaid/Mickael Franci


Vijf jaar geleden, eind juli 2014, spreekt IS-leider Al Baghdadi uit de Al Nuri moskee in Mosul tot de wereld. De stad is net veroverd. Het Kalifaat is - in Al Baghdadi’s ogen -  een feit en hij is de Kalief. 

Dat Kalifaat blijkt een opvallend stevig kaartenhuis. Pas in 2017 verslaat een coalitie van legers die elkaar soms het licht niet in de ogen gunden  - de Koerdische Peshmerga, het Iraakse leger, Sjiitische milities, Turken, Amerikanen en nog wat Europese troepen - de indringers. IS valt, de rook trekt op. De media trekken zich terug.

Is de oorlog voorbij? Nee. In de bergen tussen Irak en Syrië likken gevluchte soennitische IS-strijders hun wonden. Ze hergroeperen zich en wachten hun kans af. Door Iran aangestuurde Sjiitische milities vergroten hun grip op het land. De angst voor een volgende oorlog is terecht groot. Al was het maar omdat de vorige te veel levens heeft verwoest en het wankele vertrouwen tussen sjiieten, soennieten, christenen en Koerden nog wankeler is geworden. 

Jongste broertje

Hoe dichtbij de oorlog is, blijkt ook op een andere manier, als we die avond met collega’s nog wat napraten. Zainab Nabeel, een stille collega van Hala die meewerkt aan Cordaid’s gezondheidszorgprogramma, zegt dat ze moeite had met de korte tussenstop in Mosul. Ze wilde liever niet uitstappen in Faroekstraat. Als ik vraag waarom, volgt er een verhaal dat me met stomheid slaat.

Op 2 mei 2014, kort voordat IS Mosul aanvalt en verovert, verdwijnt het jongste broertje van Zainab, Hoessein. ,,Hij was 16. Op weg van school naar ons huis in Mosul sloegen mannen hem op zijn achterhoofd, legden hem bewusteloos in de achterbak van een auto en reden weg. Dat hoorden we later van getuigen”, vertelt Zainab.

Ontvoeringen zijn in die jaren een heuse industrie voor IS. In de aanloop naar het grote Mosul-offensief voeren IS strijders steeds vaker gerichte gijzelings- en verkenningsacties uit. Dat Hoessein het slachtoffer is, is geen toeval. Zijn ouders werken voor de overheid en de familie is sjiitisch. Dubbel slecht, in de ogen van de soennitische IS.

Dat Hoessein ontvoerd is, weet de familie als ze later die dag een telefoontje krijgen. ,,Het was IS. Ze hadden mijn broertje en wilden 250.000 dollar. Na veel aandringen kregen we twee dagen om dat geld bij elkaar te zoeken.”

De Nabeels - papa, mama en, van oud naar jong, Zainab, Hassan, Hoessein en Muhammed -  verkopen land dat ze bezitten. Het is niet genoeg. De bank geeft geen grote bedragen vrij. Ze halen de deadline niet. ,,Ze zouden Hoessein vermoorden. We mochten nog één keer zijn stem horen. ‘Papa, papa’, hoorden we hem roepen. Toen werd de lijn verbroken.”

Aan het lijntje

Hoessein sterft niet. Wekenlang houden de kidnappers de Nabeels aan het lijntje.Soms laten ze kort Hoesseins stem horen. Het losgeld wordt uiteindelijk betaald op de dag voor IS Mosul bestormt, begin juni 2014. 

,,Mijn vader moest het geld leggen op een afgesproken plek in de oude stad. Samen met een opname waarin hij het Sjiitische geloof en de Iraakse overheid afzweert. Alleen zo kon hij zijn zoon redden. En zichzelf. We deden alles wat ons werd gevraagd.” 

De politie, die op de zaak zit en de geldoverdracht volgt op afstand, kan op dat moment al niet veel meer doen. De slagkracht van IS is te groot om in te grijpen. Bovendien kan elke overhaaste daad leiden tot de dood van Hoessein.

De buit is binnen voor IS, maar van Hoessein geen spoor. ,,Ze belden ons om te zeggen dat de situatie in de stad te gevaarlijk was om mijn broertje over te dragen. We mochten even met hem praten. ‘Maak je geen zorgen om mij’, zei hij.”

De volgende dag vallen IS-troepen de stad in en barst de hel los. Het Iraakse leger wijkt opvallend snel. Dat de politie nog iets kan doen in de ontvoeringszaak is uitgesloten.

Zainab zit dan al een tijdje ondergedoken op de campus van de universiteit van Mosul. ,,De ontvoerders bleken alles van mij te weten. Hoe laat ik naar school ging, wie mijn vrienden waren. Uit voorzorg stuurden mijn ouders me naar een van de veiligste plaatsen in de stad, de universiteit.”

Met 2000 andere meisjes verschanst Zainab zich op de campus. ,,We woonden wekenlang op de slaapzaal. Niemand mocht het gebouw uit. De bommen van het leger vlogen over onze hoofden heen naar de oude stad. Op een gegeven moment viel de elektriciteit uit. We konden onze telefoons niet meer opladen. Ook het eten raakte op. Intussen wisten we niets over het lot van familieleden.”

Een van de meisjes slaagt erin te bellen naar een televisiestation. Hun zaak wordt landelijk nieuws. Een prestigezaak voor politici. Met bussen ontzetten Koerdische troepen de 2000 scholieren en studenten. 

,,De bussen zaten vol huilende meisjes. Ik ben door het raam naar binnen getrokken. Onderweg viel de bus voor ons in een hinderlaag. De soldaat aan het stuur kreeg een kogel door het hoofd. Een andere nam het over en reed door. Zo zijn we gered.”

De bus dropt Zainab in Erbil, hoofdstad van de relatief veilige Koerdische regio in Irak. Haar ouders en andere broers ontsnappen intussen zelf maar net aan de klauwen van IS. Ze zijn wel alles kwijt, hun huis, hun spullen. En hun land. ,,We ontmoetten elkaar in Erbil. Hetzelfde uur reden we door naar een plek in Turkije, vlakbij Istanbul, waar we een huisje hadden.”

Terug

Na een paar maanden in Turkije gaat Zainab terug naar Erbil. ,,Ik wilde afmaken waar ik in Mosul mee was begonnen, mijn opleiding civiele techniek. Al was het maar om mijn ouders gelukkig te maken. Door de oorlog had de universiteit van Mosul de deuren gesloten en een noodcampus opgezet in Kirkuk. Ik reisde elke dag drie uur met de bus op en neer om college te volgen.”

In november 2016, als het Iraakse leger een tegenoffensief begint om Mosul te bevrijden, krijgt het gezin weer een dreun. ,,Geruchten gingen dat IS als vergelding alle gegijzelden doodde. Mijn vader werd gek van die verhalen. Hij stierf na een hartaanval in het ziekenhuis waar hij die ochtend zelf heen was gereden omdat hij zich niet goed voelde.”

Zainab wil opgeven. ,,Waarom zou ik doorgaan met studeren? Mijn vader was dood, mijn broer verdwenen en mijn moeder was een dode in een levend lichaam.” Maar ze geeft niet op. Ze behaalt, als eerste meisje in haar familie, een universitair diploma. Haar twee jongere broers, Hassan en Mohammed, volgen vandaag haar spoor. Ze studeren, de een in Polen, de ander in Maleisië.

En Hoessein? ,,Het laatste bericht dat we van hem kregen dateert van 9 juli 2017. Hij appte ons. Hij zat in Faroekstraat en hoorde de bommen van het Iraakse leger, iets verderop. ‘Alles oké, ze gaan mij bevrijden’, schreef hij. Daarna hebben we nooit meer iets gehoord.”

Gekmakend

De rest is geschiedenis. En gekmakende onzekerheid. Na drie jaar IS-terreur in Mosul en de collectieve gijzeling van een miljoen mensen herovert het Iraakse leger de stad op 21 juli 2017. 

Sindsdien worden de bokken gescheiden van de schapen, in gevangenissen en kampen verspreid over heel Irak. Iedereen die ook maar iets met IS te maken zou kunnen hebben, zit vast. Natuurlijk is een jongen als Hoessein, inmiddels 21, verdacht. Als hij nog leeft. De grootste IS-boef kan immers wel vertellen dat hij gegijzeld is.

Wie waar gevangen zit, is onbekend. Wie er nog leeft en wie niet, is onbekend. Er circuleren geen lijsten. Verwanten wordt niets gevraagd. Ze krijgen niets te horen. ,,We weten niets. Dus gaan we, net als duizenden andere families, zelf op zoek.”

Zainab’s moeder, weduwe, in de zestig en slecht ter been, gaat van stad naar stad. En in elke stad van gevangenis naar politiekantoor naar rechtbank. Soms met Zainab, soms alleen. Waar ze komt deelt ze, net als Zainab, Hoesseins foto uit. 

Twee keer, bij de poorten van de Geyara-gevangenis bij Bagdad, zegt een net vrijgelaten gevangene de foto te herkennen. Maar autoriteiten houden vol dat Hoessein niet bij hen bekend is. Elke twee weken belt Zainab met het Internationale Rode Kruis team in Irak. Hoessein staat op hun lijst van vermiste personen. In tegenstelling tot familie krijgt het Rode Kruis soms wel toegang tot gevangenissen. Ook zij hebben Hoessein nog niet gevonden. Zo verstrijken twee volle jaren.

Duizenden vermisten

,,Vanmiddag, tijdens die halte in Faroekstraat”, zegt Zainab, ,,voelde ik me even mijn broer. Zijn laatste teken van leven kwam van die plek. Het was de eerste keer dat ik er was. Die verwoesting… Hij heeft dat zien gebeuren. Ik kon gewoon niet uit de auto stappen.”

De zoektocht naar Hoessein is de zoektocht van een land. Irak telt duizenden vermisten. Duizenden Hoesseins. Duizenden families zoeken naar een geliefde, naar de waarheid, naar gerechtigheid. Naar vrede. In een land waar oorlogen elkaar opvolgen als seizoenen. Elke Irakees van middelbare leeftijd heeft er vier overleefd. Piepjong of stokoud, van Basra tot Erbil, niemand weet wat dat is: een leven zonder oorlog.

De zoektocht tekent levens, maar vormt ze ook. ,,Door Hoessein wilde ik hulpverlener worden en werken voor Cordaid in Irak. En in de toekomst wil graag internationaal humanitair recht studeren, bijvoorbeeld in Leiden. Dan zou ik, samen met mensen van het Internationale Rode Kruis, misschien de gevangenissen in kunnen. En dan zou ik misschien Hoessein kunnen vinden. En andere vermisten.”

Frank van Lierde werkt voor ontwikkelingsorganisatie Cordaid
Frank van Lierde. Foto: Cordaid/Mickael Franci

Het Goede Leven Word abonnee van Het Goede Leven

  • Onbeperkt toegang
  • Gratis deelname 1 evenement
  • Wekelijkse nieuwsbrief