Wat is er toch gebeurd met de dreiging van een oliecrisis?

Deze serie gaat over zaken waarover mensen zich ooit veel zorgen maakten, maar waar je nu weinig van hoort. Bepaalde klimaatdreigingen, ziekten, atoombommen. Waar zijn die problemen gebleven? Vandaag de zesde aflevering: de dreiging van een oliecrisis.
De dreiging van een nieuwe oliecrisis is weg. Foto Johannes Happrich
De dreiging van een nieuwe oliecrisis is weg. Foto Johannes Happrich
Koekoek, koekoek, ja Joop krijgt voor z’n broek’, zongen politicus Boer (Hendrik, Boerenpartij) Koekoek en Vader Abraham in januari 1974. De carnavalskraker Den Uyl is in den olie'' stond twee weken lang nummer één in de Nederlandse Top 40. Het satirisch bedoelde lied was door Pierre Kartner (Vader Abraham) geschreven ter gelegenheid van de oliecrisis waarin Nederland zich toen bevond.

Het liedje leverde grappig bedoelde kritiek op het beleid van de toenmalige premier Joop den Uyl (PvdA) om Nederland te wapenen tegen de olieboycot die was opgelegd door een aantal Arabische landen. Ook het aan banden leggen van de (toen nog) piratenzender Radio Veronica komt er in aan de orde.

De olieboycot was opgelegd in de herfst van 1973 en was het gevolg van de steun die Nederland (in woord maar ook met wapenleveranties) gaf aan Israël. Dat land werd door Syrië en Egypte tijdens Jom Kipoer (Grote Verzoendag, 6 oktober 1973) aangevallen. Er waren veel Israëlische militairen met verlof, waardoor het land in de eerste dagen grote verliezen leed. Maar na drie weken moesten de Arabische landen de strijd opgeven omdat Israël de oorlog aan het winnen was.

Straf

De olierijke Arabische landen vonden dat vooral Nederland, de Verenigde Staten en Canada moesten worden gestraft voor hun steun aan Israël en besloten de brandstofleveranties te staken. Ze konden dat doen omdat ze na eerdere nationalisaties en samenwerking in het oliekartel OPEC een groot deel van het wereldaanbod van olie in handen hadden. Dat was ten koste gegaan van de macht van de zeven grote oliemaatschappijen (Shell, BP en vijf Amerikaanse multinationals, de ‘Seven Sisters’). Het belang van de Verenigde Staten als olieleverancier nam af omdat daar de bronnen begonnen op te drogen.

De OPEC-landen waren vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw in staat vanwege hun grote olievoorraden veel invloed uit te oefenen op de olieprijs. Zij konden olie uit de markt houden, waardoor de marktprijs steeg. Bovendien konden ze met elkaar de prijs zo hoog maken als ze zelf wilden, waardoor het verminderen van de hoeveelheid ruimschoots financieel kon worden gecompenseerd. Olie was destijds van groot belang voor de economie van vrijwel alle landen omdat er nauwelijks zulke makkelijke grondstoffen waren die olie konden vervangen.

Vooral de goed ontwikkelde westerse economieën waren kwetsbaar. Nederland helemaal, want de Nederlandse economie dreef zowat op olie, ook qua werkgelegenheid, vanwege industrie, doorvoer en export. De grootste raffinaderij ter wereld stond in Rotterdam (Pernis). 

Paniek

Het stoppen van olieleveranties door de Arabische landen leidde in Nederlandse regeringskringen tot grote paniek. Wat moest er worden gedaan om een mogelijke catastrofe te voorkomen? De regering-Den Uyl besloot dat in eerste instantie het verbruik naar beneden moest. Het kabinet stelde daarom op 31 oktober 1973 de autoloze zondag in.

Daarnaast werd intensief overlegd met Shell en de andere ondernemingen van de Seven Sisters. De multinationals hielpen Nederland door de olievoorraden in heel Europa te herverdelen. Er was zo op korte termijn geen sprake van gebrek. Daarnaast werd olie betrokken uit niet-embargolanden als Venezuela en Nigeria.

Een andere regeringsmaatregel was (januari 1974) het centraal regelen van de binnenlandse oliedistributie. Benzine kwam op de bon. Bij elke tankbeurt moest je een bonnetje inleveren dat je thuis uit een bij het postkantoor op te halen vel had geknipt. Shell had Den Uyl nog zo gewaarschuwd om dat níét te doen, want daardoor creëer je juist schaarste. Maar Den Uyl had als oprechte sociaaldemocraat groot vertrouwen in staatsingrijpen. En de oliemaatschappij kreeg gelijk. Het werd een groot fiasco. De distributie werd massaal ontdoken door de burger, die waar dat kon over de grens tankte, en door de pomphouders, die illegaal ruimschoots benzine zonder bon bleven verkopen.

De massale ontduiking van de distributie had ook te maken met het feit dat het de Nederlanders duidelijk was geworden dat het land er helemaal niet zo slecht voor stond. In de pers verschenen al snel berichten dat er een hele vloot olietankers voor de Nederlandse kust lag. De eigenaren van die olie hadden geen zin om direct te verkopen als de wereldmarktprijzen door het plafond gingen.

Lege snelwegen

De autoloze zondag leverde mooie beelden op in de pers. Op tv en op krantenfoto’s kon je zien hoe kinderen aan het rolschaatsen waren op de verlaten autosnelwegen. Alleen artsen, bedrijven en burgers met ontheffing en hulpdiensten mochten op zondag rijden en hier en daar een buitenlandse toerist.

Maar of de beperking veel zin had? In het gunstigste geval werd er een zevende minder brandstof verbruikt. Maar in de praktijk werd dat natuurlijk lang niet gehaald, omdat mensen op zaterdag en maandag meer tankten en gingen rijden. Zo werd bij bijvoorbeeld familie- en vriendenbezoek rekening gehouden met de verboden zondag. Daar kwam bij dat de meeste Arabische landen inmiddels van het embargo af wilden. Het gaf voor hen ook veel gedoe en het effect op de ‘foute landen’ was vanuit hun perspectief nauwelijks te merken. Gaandeweg 1974 begon de toevoer van olie het oude volume weer te benaderen.

Dat de oliecrisis achteraf gezien voor Nederland wel meeviel betekent niet dat zij op langere termijn geen gevolgen had. Geopolitiek gezien waren de gevolgen groot. De Arabische landen lieten zien dat destijds olie gelijk stond aan macht.

In een jaar tijd steeg de prijs van een vat ruwe olie van 2,74 dollar naar 11,65 dollar. Tussen 1972 en 1977 groeiden de olie-inkomsten van de OPEC-landen van 23 miljard dollar naar 140 miljard dollar. Doordat de prijs van olie steeg, ontstond er grote inflatie in alle industriële landen. Producten werden duurder. Er kwam een enorme economische depressie, ook in Nederland; de industriële productie daalde en de werkloosheid steeg.

Maar sommige bedrijven profiteerden. De doorbraak voor bijvoorbeeld speelgoedfabrikant Playmobil kwam na de oliecrisis toen plastic (gemaakt van grondstof olie) te duur werd om groot speelgoed te maken. De nieuwe kleine beweegbare poppetjes werden razend populair.

Gepasseerd station

De dreiging van een nieuwe oliecrisis is weg. Olie betekent voor de Arabische landen al lang geen macht meer nu de schalievelden in de Verenigde Staten en Noordzeeolie succesvol worden geëxploiteerd en gas overal is te krijgen. In het kader van duurzaamheid en klimaatverandering worden alle denkbare alternatieven beproefd: zonneenergie, wind, waterstof. 

Olie is een gepasseerd station. En welk land wil zich afhankelijk maken van onfrisse regimes die moslimfundamentalisme prediken en vrouwen onderdrukken?

Het Goede Leven Word abonnee van Het Goede Leven

  • Onbeperkt toegang
  • Gratis deelname 1 evenement
  • Wekelijkse nieuwsbrief