Gelijke kansen moeten hoog op Europese agenda

De hogere opkomst bij de Europese verkiezingen wijst erop dat het vertrouwen in Europese samenwerking niet is verdwenen.
Protest van Syrische vluchtelingen voor het station van Keleti in Boedapest, september 2015. Foto: Wikicommons
Protest van Syrische vluchtelingen voor het station van Keleti in Boedapest, september 2015. Foto: Wikicommons
Europese samenwerking is noodzakelijk om grensoverschrijdende problemen als veiligheid, klimaat en de ongelijke verdeling van welvaart aan te pakken. Tot nu toe is dat onvoldoende gelukt en de grote diversiteit van landen met elk hun eigen verleden en onverwerkte trauma’s maakt het ook niet gemakkelijk. De opeenhoping van kapitaal draagt bovendien niet bij aan een eerlijke verdeling van kennis, inkomen en macht. Wie voor een dubbeltje geboren is, heeft steeds minder kans een kwartje te worden en dat veroorzaakt onrust in de samenleving. 

Gelijke kansen voor mensen, maar ook voor landen, moeten de komende tijd hoog op de Europese agenda komen. Dat vraagt om meer belangstelling en begrip voor elkaars positie.

Boedapest is een van de mooiste hoofdsteden van Europa. De stad aan de Donau dankt haar grandeur vooral aan de belle époque, de bloeiperiode voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914. Boedapest was toen, naast Wenen, de tweede hoofdstad van de door de Habsburgers geleide Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie. Een groot deel van de historische binnenstad kwam in die tijd tot stand. Twee wereldoorlogen en daarna meer dan veertig jaar communistische dictatuur hebben hun sporen nagelaten, maar in het centrum heeft de schoonheid overwonnen. De hoofdstad is een toeristische trekpleister in een verder niet zo heel groot, niet zo bezienswaardig en niet zo rijk land, dat sinds 2004 is aangesloten bij de Europese Unie.

Aan het einde van de negentiende eeuw was het Hongaarse koninkrijk twee keer zo groot als de huidige republiek. Nadat het land door zijn band met Oostenrijk betrokken was geraakt bij de Eerste Wereldoorlog werd het na 1918 weliswaar zelfstandig, maar moest het bijna 30 procent van zijn grondgebied afstaan en woonden drie miljoen Hongaren ineens in een ander land.

Herstelbetalingen

Dat trauma is niet verwerkt. Verwoede pogingen om tijdens de Tweede Wereldoorlog neutraal te blijven, mislukten uiteindelijk. In 1941 kwam Hongarije in het Duitse kamp terecht en daarvoor heeft het land opnieuw een hoge prijs betaald. Het kreeg de hoogste herstelbetalingen opgelegd en omdat het in de invloedssfeer van de Sovjet-Unie terechtkwam, kon het ook niet profiteren van de naoorlogse Marshallhulp. Economische uitbuiting en verarming waren het gevolg. De sluimerende onvrede onder de bevolking vond in 1956 een uitweg na de destalinisatie in de Sovjet-Unie.

De nieuwe hoop resulteerde in een volksopstand, die door de Russen bloedig werd neergeslagen. Kogelgaten in de gebouwen rondom het parlementsgebouw, ook al een van de mooiste ter wereld, herinneren eraan. Meer dan 200.000 Hongaren vluchtten naar het Westen, onder andere naar Nederland. Pas in 1989 gingen de grenzen open. De geschiedenis van Hongarije, en dat geldt eigenlijk voor alle landen in Oost-Europa, doet je weer eens beseffen hoe fijn het is dat je wieg in Nederland stond.

Open grenzen

Wij waren in de zomer van 2015 niet naar Boedapest gereisd om dat alles te overdenken. Zoals zovelen tegenwoordig profiteerden wij als toerist van de open grenzen. Ilja Leonard Pfeijffer heeft dat verschijnsel en de desastreuze gevolgen daarvan voor het cultureel erfgoed in zijn roman Grand-Hotel Europa treffend en confronterend beschreven. De Hongaarse politiek liet ons tijdens ons toeristisch bezoek overigens niet onverschillig, maar van de autoritaire trekken die de Hongaarse leider Viktor Orbán sinds 2010 vertoont, was in de zonovergoten stad weinig te merken. Op het plein voor het parlement werd zelfs openlijk tegen zijn beleid gedemonstreerd.

Wie wat mee wil krijgen van het oude Europa moet kerkhoven niet overslaan. Daar liggen belangrijke politici en kunstenaars begraven en worden slachtoffers van opstanden, revoluties en oorlogen herdacht. Bovendien zijn ze oases van rust in de toenemende drukte. Père Lachaise in Parijs is misschien wel het bekendste voorbeeld, maar ook Boedapest heeft er een, het Kerepesikerkhof.

Vanaf ons hotel in het centrum van de stad bracht de metro er ons in een oogwenk naar toe. Zo stapten wij op de ochtend van donderdag 27 augustus nietsvermoedend uit op het opvallend lege perron van station Keleti in het oosten van de stad en gingen de lange roltrappen op naar boven. In de stationshal verdween het vakantiegevoel als sneeuw voor de zon. De hal was bedekt met kleden en matrassen en daarop lag en zat een niet te tellen aantal vluchtelingen op en tussen hun schamele bezittingen. Sommigen sliepen, maar de meesten staarden vermoeid en doelloos voor zich uit, terwijl hun kinderen ruimte zochten om te spelen. Hulpverleners deelden waterflessen uit.

Waar moesten deze mensen naar toe, hoeveel zouden er nog komen, hoe konden wij helpen? Orbán was toen trouwens al bezig met zijn oplossing, het bouwen van een hek van vier meter hoog en 175 kilometer lang op de grens met Servië. Vluchtelingen die nu nog van die kant komen, worden opgesloten in detentiecentra buiten dat hek, waar geen toeristen komen.

Wij weten nu dat de mensenmassa die Boedapest had bereikt, zich in beweging zette in de richting van Duitsland en verder. Zo werd 2015 ook voor Nederland een crisisjaar en moest er noodopvang komen. Op 31 augustus zei de Duitse bondskanselier Angela Merkel tijdens een persconferentie na de opening van een opvangcentrum voor vluchtelingen in Heidenau bij Dresden: ,,Wir haben so vieles geschafft. Wir schaffen das”: wij hebben al zoveel klaar gespeeld, het lukt ons wel. De laatste drie woorden gingen een eigen leven leiden. Met de uitspraak Wir schaffen das is Merkel definitief beland in het rijtje grote staatslieden die niet duiken, ook al waren velen, zoals de toekomstige burgemeester van Leeuwarden Sybrand Buma, het niet met haar eens. ,,Als wij Hongarije waren, hadden wij ook een hek”, zei hij als CDA-fractieleider onlangs in de Leeuwarder Courant.

Europese steun

Merkel wist natuurlijk dat Duitsland het in zijn eentje niet kon redden, maar mocht rekenen op steun van de Europese Unie, die immers is opgericht om het hoofd te bieden aan grensoverschrijdende problemen. Hoe ingewikkeld dat is vanwege de grote verschillen tussen de deelnemende landen, valt bijvoorbeeld te lezen in In Europa van Geert Mak. Vijftien jaar na het verschijnen van dat boek is de door hem noodzakelijk geachte balans tussen regelen en laten gebeuren, tussen structuur en vrijheid nog altijd niet bereikt. Toch bleek uit de uitslag van de laatste verkiezingen voor het Europese Parlement, dat het vertrouwen in Europa er nog is, ondanks, of misschien wel dankzij, de opkomst van eurokritische partijen. Er gingen zelfs meer mensen stemmen dan de vorige keer, al bleef het opkomstcijfer in Nederland met bijna 42 procent onder het Europese gemiddelde van ruim 50 procent.

Meer mensen zouden moeten begrijpen dat problemen als veiligheid, klimaat en de toenemende ongelijkheid niet op nationaal niveau kunnen worden opgelost en dat wij dat ook niet aan anderen moeten overlaten. ‘De democratie onderrichten, waar mogelijk haar overtuigingen nieuw leven inblazen, haar zeden zuiveren, haar bewegingen regelen, haar gebrek aan ervaring geleidelijk vervangen door kennis van publieke zaken, haar blinde instincten door kennis van haar ware belangen, haar staatsbestel aanpassen aan tijd en plaats, het wijzigen naargelang de omstandigheden en de mensen: dat is vandaag de eerste plicht die is opgelegd aan hen die de samenleving leiden’, schreef de Franse filosoof en politicus Alexis de Tocqueville. Niet nu, maar in 1835 in de inleiding van zijn boek Over de democratie in Amerika.

De Tocqueville (1805-1859) werd geboren na de Franse revolutie van 1789, maar als telg uit een oud en voornaam aristocratisch geslacht ondervond hij er wel de gevolgen van. Zijn ouders waren na tien maanden gevangenschap in 1794 ternauwernood aan de guillotine ontsnapt, zijn moeder hield er een trauma aan over. Een groot deel van zijn familie had zijn loyaliteit aan de koninklijke familie met de dood moeten bekopen.

Nadat de revolutie in 1794 geëindigd was, volgden nog een woelige periode onder Napoleon en omwentelingen in 1830 en 1848. Omdat de jonge jurist De Tocqueville vanwege zijn aristocratische afkomst in 1830 een carrière voorlopig wel kon vergeten, besloot hij de toekomst met eigen ogen te aanschouwen, in Amerika. In zijn hart was hij geen voorstander van democratie, maar zijn verstand zei hem dat de moderne wereld een democratische zou zijn en Amerika liep voorop. De Onafhankelijkheidsverklaring uit 1776 was het voorbeeld voor de Franse Verklaring van de rechten van de mens en de burger uit 1789. Met zijn vriend Gustave de Beaumont reisde hij daarom tussen mei 1831 en maart 1832 door de Verenigde Staten. Bijna drie jaar later verscheen het eerste deel van zijn boek Over de democratie in Amerika, dat vooral gaat over politiek en staatsrecht. Het tweede deel uit 1840 behandelt ideeën en opvattingen, zeden en gewoonten.

Individualisme

De Tocqueville laat in zijn meesterwerk dat ongeveer duizend pagina’s omvat, geen facet van de Amerikaanse samenleving onbesproken, want hij zag democratie niet enkel als een bepaald politiek systeem. Hij was ook geïnteresseerd in de inrichting van de samenleving, de omgangsvormen tussen mensen, hun opvattingen, gevoelens en gedrag in zaken die niets met politiek te maken hadden. Wat hij zag stelde hem tot op zekere hoogte gerust, maar hij vond het individualisme waartoe democratie volgens hem onvermijdelijk zou leiden, een risico: ‘Ik zie een ontelbare massa eendere en gelijke mensen die voortdurend met zichzelf bezig zijn om zich kleine en platvloerse genoegens te verschaffen waarmee zij hun ziel vullen. Elk van hen afzonderlijk staat als een vreemdeling tegenover het lot van alle anderen; zijn kinderen en zijn vrienden vormen voor hem het hele mensdom; wat de rest van zijn medeburgers betreft: hij staat naast hen, maar ziet hen niet; hij raakt ze aan, maar voelt ze niet; hij bestaat slechts in en voor zichzelf en zo hij al familie heeft, kan men in ieder geval zeggen dat hij geen vaderland meer heeft.’

De Tocqueville voorzag dat dat individualisme de democratie op twee manieren kon laten ontsporen. In de eerste plaats zou een tirannie van de meerderheid haar macht kunnen gebruiken ten behoeve van het eigen belang en ten koste van de minderheid. Onwillekeurig komt de Amerikaanse president Donald Trump in beeld, die zich alles lijkt te kunnen permitteren zonder (andersdenkende) minderheden te respecteren en rekening te houden met belangen van anderen. Als tweede gevaar noemde De Tocqueville het ‘zachtmoedig despotisme’ van een staat die in naam van het volk alles bedisselt. Er is weinig verbeeldingskracht nodig om daarin de uitwassen van de verzorgingsstaat te zien.

Hoog en laag

Ten tijde van de Franse revolutie werden ook de begrippen ‘links’ en ‘rechts’ geïntroduceerd. ‘Links’ (progressief) waren degenen die de revolutie verdedigden, ‘rechts’ (conservatief) degenen die terug wilden naar vroeger. Die indeling voldoet al lang niet meer. Evenmin als in Amerika die tussen Democraten en Republikeinen, zo vindt de Amerikaanse politica Alexandria Ocasio-Cortez (1989), het jongst gekozen congreslid ooit en de hoop van progressief Amerika. Zij draagt als alternatief de tegenstelling up and down aan, hoog en laag, omdat de opeenhoping van kapitaal de verschillen in kennis, inkomen en macht nog groter maakt. Op dat gevaar heeft de Franse econoom Thomas Piketty ook gewezen in zijn in 2013 verschenen boek Kapitaal in de 21ste eeuw.

Wie voor een dubbeltje geboren is, heeft steeds minder kans een kwartje te worden, dat geldt voor mensen, maar ook voor landen. De ongelijkheid van kansen moet hoog op de Europese agenda komen te staan. Niet zozeer uit mededogen, maar vooral uit welbegrepen eigenbelang. Een hek bouwen klinkt stoer, maar een oplossing is het niet.

Johanneke Liemburg (1952) was tot 2018 burgemeester van Littenseradiel. Zij begon haar loopbaan als journaliste en studeerde daarna politicologie. Zij was voor de PvdA lid van provinciale en gedeputeerde staten van Fryslân en van de Tweede Kamer. In 2010 promoveerde zij op een biografie van de Friese dichter, politicus, activist en hoofdredacteur van de Friese Koerier Fedde Schurer.

Het Goede Leven Word abonnee van Het Goede Leven

  • Onbeperkt toegang
  • Gratis deelname 1 evenement
  • Wekelijkse nieuwsbrief