Wat is er toch gebeurd met de zure regen?

Naast het gat in de ozonlaag was er in de jaren tachtig van de vorige eeuw een ander groot probleem: de zure regen. Waar is die gebleven?
Verdwenen zorgen

Vanaf 1979 werd het bestaan van zure regen met name bekendgemaakt door de Duitse bodemonderzoeker en milieudeskundige Bernhard Ulrich (1926-2015). Hij liet gedurende de jaren tachtig geen mogelijkheid onbenut om zoals hij dat noemde het grote Waldsterben onder de aandacht te brengen.

Ulrich zei dat grote bossen binnen vijf jaar dood zouden zijn als we niet snel wat zouden doen aan de luchtvervuiling, de bron van zure regen en de oorzaak van massale bomensterfte. Ulrichs boodschap sloeg aan en al spoedig werden ook stervende of dode meren in Scandinavië toegeschreven aan de zure regen, evenals kunstwerken van zandsteen die langzaam oplosten.

Wat is zure regen? Eerst maar een lesje scheikunde. Zure regen of zure depositie ontstaat wanneer zwaveldioxide (SO3), stikstofoxiden (NOX), ammoniak(NH3) of vluchtige organische stoffen oplossen in regenwolken. Deze stoffen kunnen afkomstig zijn van uitlaatgassen van auto’s of van de verbranding van zwavelhoudende en stikstofhoudende brandstoffen zoals stookolie en benzine, of bruinkool. Samen met water vormen zij in de regenwolken zuren: zwavelzuur (H2SO4) en salpeterzuur (HNO3). Ook de intensieve veeteelt is met ammoniak een belangrijke uitstoter. Via regen of mist of in droge vorm komen de zuren op aarde terecht.

Nou hoort regen een beetje zuur te zijn. Dat is een natuurlijk verschijnsel. Gewone regen heeft een zuurwaarde (ph) van ongeveer 6. Als regen een zuurgraad van 5 of minder heeft krijgt het de betiteling ‘zuur’. Niet alleen mensen zijn veroorzakers van zure regen. Ook de natuur zelf is een bron, bijvoorbeeld de grote hoeveelheden zwaveloxiden die worden uitgestoten bij vulkaanuitbarstingen. De zuurste regen die voor zover bekend op aarde is gevallen, viel in 1983 in Inverpolly in Schotland met een zuurgraad van 1,87, ongeveer vergelijkbaar met azijn.

De zure regen leek vooral huis te houden in de bossen van Centraal- Europa, maar ook de Nederlandse bomen hadden te lijden. In heel Europa sprongen de media boven op het relatief jonge milieuprobleem. Er verschenen alarmerende krantenkoppen als ‘Europa’s bossen één sterfhuis’ en ‘We staan voor een ecologisch Hiroshima’.

De commotie had effect. De meeste Europese landen besloten over te gaan tot beleid om de uitstoot van zuur makende stoffen te verminderen. Met name de uitstoot van zwaveldioxide en stikstofoxiden werd aan banden gelegd. In West-Europa daalde de uitstoot van deze verzurende stoffen in dertig jaar met respectievelijk 75 en 30 procent, terwijl het autoverkeer en de industrie juist groeiden. Ook de val van de muur in 1989 had positieve gevolgen. Want de zware industrie uit Oost-Europa verdween of werd aan strenge regels gebonden. Duitsland kreeg het voor elkaar om de uitstoot van bruinkool sterk terug te brengen.

In mei 1984 besloot Nederland tot het nemen van maatregelen. Zo moest de uitstoot van zwaveldioxide met 70 procent naar beneden. Stikstofoxide moest met 30 procent terug en de ammoniakuitstoot moest in 2000 met de helft verminderd zijn. De maatregelen hadden directe gevolgen voor de burger. De stroomprijs ging bijvoorbeeld omhoog, auto’s werden duurder door loodvrije benzine en katalysatoren. En de intensieve veehouderij moest de uitstoot van ammoniak beperken.

Om de burgers goed te doordringen van de ernst van de situatie begon de overheid in 1985 onder de noemer ‘Stop zure regen’ een grote publiciteitscampagne met tv-spotjes, advertenties in dagbladen en straataffiches. De campagne moest het publiek bewust maken van de gevaren van zure regen. Daarbij waren beelden te zien van dode bossen, maar werden ook de effecten getoond die zure regen had op monumenten zoals kerken.

Het wordt aangenomen dat door alle maatregelen die in verschillende landen werden genomen de verzuring flink afnam, maar helemaal uitgebannen is zij niet. Sommige wetenschappers wijzen erop dat de bossen wel degelijk zijn veranderd. Vooral waar het de bodem betreft. Zo vind je op sommige plaatsen tegenwoordig brandnetels en bramen, waar eerder anemonen en korstmossen groeiden.

Het is moeilijk na te gaan welke effecten de maatregelen precies hebben gehad. Het is nu wel vast komen te staan dat het grote Waldsterben meerdere oorzaken kan hebben gehad. Naast verzuring speelden ook weersomstandigheden, ziektes, schimmels en insectenplagen een rol. En achteraf gezien bleek het destijds met die massale boomsterfte ook wel mee te vallen.

Tegenwoordig is omstreden in hoeverre de alarmerende wetenschappelijke waarschuwingen voor het Waldsterben terecht waren. Sommige commentatoren verwijten de activistische wetenschappers van destijds dat ze onnodig angst hebben gezaaid, maar er zijn anderen die met respect terugdenken aan Bernhard Ulrich, pionier in de strijd tegen een ernstige vorm van milieuvervuiling.

Ulrich zei in 2015 (het jaar waarin hij stierf), terugkijkend op het Waldsterben-debat in de jaren tachtig, dat de ,,geluidsterkte van de media” in die jaren wel veel lager had gemogen, maar dat hij zelf steeds bij de feiten is gebleven. Het verwijt van overdrijving is echter altijd aan hem blijven kleven.

Deze serie gaat over zaken waarover mensen zich ooit veel zorgen maakten, maar waar je nu weinig van hoort. Bepaalde klimaatdreigingen, ziekten, atoombommen. Waar zijn die problemen gebleven? Dit is de tweede aflevering: de zure regen.

Het Goede Leven Word abonnee van Het Goede Leven

  • Onbeperkt toegang
  • Gratis deelname 1 evenement
  • Wekelijkse nieuwsbrief