Wat is er toch gebeurd met het gat in de ozonlaag?

Alarm in de jaren tachtig: het gat in de ozonlaag werd steeds groter. Wat is er sindsdien mee gebeurd?
Verdwenen zorgen

De ozonlaag is een gaswolk die gevormd wordt door O3. Dat is, zou je als leek kunnen zeggen, een vorm van zuurstof (O2). Ozon, afgeleid van het Griekse ozein (ruiken), heeft een specifieke geur en het is een sterke oxidant; het doodt makkelijk ziektekiemen en wordt daarom wel in zwembaden en bij de waterzuivering gebruikt. Ozon komt ook voor in de lucht van onze directe leefomgeving.

Het wordt dan (boven bepaalde waarden) beschouwd als luchtvervuiling. Langdurige blootstelling aan te veel ozon kan leiden tot problemen met de luchtwegen zoals moeite met ademhalen en blijvende longschade. In de stratosfeer vormt ozon een laag die de aarde beschermt tegen schadelijke ultraviolette straling van de zon, die bijvoorbeeld huidkanker of andere ziekten kan veroorzaken.

In de jaren tachtig van de vorige eeuw werd voor het eerst alarm geslagen door wetenschappers. Metingen lieten zien dat het gat in de ozonlaag in de atmosfeer, met name boven Antarctica steeds groter werd. De oorzaak waren chemische stoffen die in de atmosfeer terechtkwamen en reageerden met ozon. Het ging vooral om cfk’s, stoffen die overal ter wereld werden gebruikt in spuitbussen, koelkasten en airco’s.

In 1987 kwam een grote groep landen bijeen om samen maatregelen af te spreken die de ozonlaag moesten beschermen. Zij zagen allemaal het doemscenario van wat er zou gebeuren als alle ozon in de atmosfeer zou zijn verdwenen: een ernstig in de gezondheid bedreigde mensheid. Samen maakten ze een verdrag: het Montreal Protocol, waarin ook producenten meededen. De maatregelen gingen in 1989 in. Afgesproken werd de productie van de belangrijkste aantasters, de zogenoemde gehalogeneerde koolwaterstoffen zoals halonen en cfk’s te stoppen.

De maatregelen werkten. In 2006 was het gat op zijn grootst, sindsdien neemt de omvang gemiddeld langzaam af, in ieder geval boven de polen. Maar er zijn fluctuaties. Het ozongat bereikt jaarlijks tussen september en oktober zijn maximum. Hierna krimpt het gat geleidelijk weer. Als de gemiddelde krimp van het ozongat de komende jaren in hetzelfde tempo doorgaat, verwachten wetenschappers dat de kloof ergens tussen 2050 en 2070 zo klein zal zijn als in 1980, toen de aantasting van de ozonlaag voor het eerst werd gemeten.

Het is trouwens ironisch dat de ozonlaag zich mede herstelt door een probleem waarmee de wereld nu worstelt: de toename van CO2. Dit broeikasgas, verantwoordelijk voor de opwarming van de aarde, zorgt er ook voor dat de ozonlaag groeit. Zo kun je zien dat allerlei zaken die onderdeel uitmaken van de complexe systemen die het klimaat bepalen elkaar beïnvloeden en dat ingrijpen in het ene aspect onvermoede positieve of negatieve gevolgen kan hebben voor andere onderdelen. De wereldwijde ‘bestrijding’ van het gat in de ozonlaag leert daarom ook het lesje dat voorstellen om klimaatverandering te bestrijden niet te makkelijk als eenvoudige of eenduidige oplossingen mogen worden voorgesteld.

Veel van de verwachte effecten zijn slechts computermodellen. Hoe de aarde écht zal reageren op het verminderen van broeikasgassen blijft altijd een grote vraag. Wetenschappers toonden zich in 2017, tijdens de herdenking van het toen dertigjarig bestaan van het Montreal Protocol, optimistisch over het vermogen van landen om gezamenlijk met het bedrijfsleven een groot milieuprobleem aan te pakken en daarmee succes te boeken. Het zou als lichtend voorbeeld ook hoop bieden om gezamenlijk de klimaatproblemen waar de wereld nu mee worstelt aan te pakken.

Maar dat is naar te vrezen valt ijdele hoop. De opwarming van de aarde wordt – in tegenstelling tot het relatief eenvoudige probleem van het gat in de ozonlaag – door veel aspecten veroorzaakt. Bij de bestrijding van de uitstoot van CO2 of andere broeikasgassen gaat het niet om spuitbussen of koelkasten, maar over alle aspecten van ons leven, zoals energie, productie en vervoer, de hele wereldeconomie. Daarnaast spelen bij de klimaatverandering moeilijk te doorgronden en te veranderen oorzaken een rol zoals veranderingen van koude en warme golfstromen in de oceanen.

Ook kan de steeds veranderende stralingsintensiteit van de zon een rol spelen. Hoewel dit wetenschappelijk onontgonnen terrein is, suggereren sommige wetenschappers een verband tussen zonnestralingsintensiteit en opwarming en afkoeling door de eeuwen heen. Bovendien: het optimisme twee jaar geleden bij de herdenking van het dertigjarig bestaan van het Montreal Protocol is onlangs verstoord.

Het mag dan goed gaan met de ozon boven Antarctica, er zijn aanwijzingen dat de laag op hogere breedtegraden, en daar minder hoog in de stratosfeer, dunner wordt. En dit zijn juist de gebieden waar de zon fel schijnt en de straling dus relatief gevaarlijk is voor de gezondheid. Nader onderzoek moet uitwijzen of de vermoedens kloppen, en zo ja, wat er aan de hand is en wat de effecten ervan zijn.

Deze serie gaat over zaken waarover mensen zich ooit veel zorgen maakten, maar waar je nu weinig van hoort. Bepaalde klimaatdreigingen, ziekten, atoombommen. Waar zijn die problemen gebleven? Dit is de eerste aflevering: het gat in de ozonlaag. 

Het Goede Leven Word abonnee van Het Goede Leven

  • Onbeperkt toegang
  • Gratis deelname 1 evenement
  • Wekelijkse nieuwsbrief